Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Omdat ik het Vlaams Woordenboek al enkele jaren niet meer kan onderhouden, wordt er gewerkt aan een nieuwe versie. Helpers zijn welkom in kanaal #vlaamswoordenboek op de Discord van Nerdland.

    weekluis

    De beschrijving van deze term werd 8 keer aangepast.

    Versie 8

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    uitdr.: zo fier als een weekluis (op een kletskop)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: Modern lemma: weegluis
    WEEKLUIS — Uit weeg (wand) en luis. Middelnederlands weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. alleen nog gewestelijk in Vlaams-België (Oost-Vlaanderen, Antwerpen, De Kempen, Land van Waas) en Zeel aangetroffen.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Komt voor in een liedje dat werd gezongen tussen pot en pint:
    “De ruiten bevroren
    de pispot in huis
    en op de gordijnen
    een grote weekluis”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 13 jan 2019 20:42
    4 reactie(s)

    Versie 7

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    uitdr.: zo fier als een weekluis (op een kletskop)

    WNT: Modern lemma: weegluis
    WEEKLUIS — Uit weeg (wand) en luis. Middelnederlands weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. alleen nog gewestelijk in Vlaams-België (Oost-Vlaanderen, Antwerpen, De Kempen, Land van Waas) en Zeel aangetroffen.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Komt voor in een liedje dat werd gezongen tussen pot en pint:
    “De ruiten bevroren
    de pispot in huis
    en op de gordijnen
    een grote weekluis”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 14 feb 2018 23:19
    4 reactie(s)

    Versie 6

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    uitdr.: zo fier als een weekluis

    WNT: Modern lemma: weegluis
    WEEKLUIS — Uit weeg (wand) en luis. Middelnederlands weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. alleen nog gewestelijk in Vlaams-België (Oost-Vlaanderen, Antwerpen, De Kempen, Land van Waas) en Zeel aangetroffen.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Komt voor in een liedje dat werd gezongen tussen pot en pint:
    “De ruiten bevroren
    de pispot in huis
    en op de gordijnen
    een grote weekluis”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 14 feb 2018 23:08
    4 reactie(s)

    Versie 5

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    uitdr.: zo fier als een weekluis

    WNT: Modern lemma: weegluis
    WEEKLUIS — Uit weeg (wand) en luis. Mnl. weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. alleen nog gewestelijk in Vl.-België (O.-Vl., Antw., De Kempen, Land van Waas) en Zeel aangetroffen.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Komt voor in een liedje dat werd gezongen tussen pot en pint:
    “De ruiten bevroren
    de pispot in huis
    en op de gordijnen
    een grote weekluis”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 16 jun 2017 23:38
    4 reactie(s)

    Versie 4

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    < een weeg is een oude benaming voor een gevlochten wand,
    zijn vooral ’s nachts actief. Hoort bij de ’familie’ der luizen

    uitspr. /wi:klɔəs/
    uitdr.: zo fier als een weekluis

    WNT: WEEKLUIS —, znw. vr., mv. -luizen. Uit weeg (I) en luis. Mnl. weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. (ogier, Seven Hoofts. 23 (1644)) alleen nog gewestelijk in Vl.-België (O.-Vl., Antw., De Kempen, Land van Waas) en Zeel. aangetroffen. In de Zaanstreek wordt het beestje ook weegje genoemd; zie WEEGJE (II).
    1. Ben. voor een zeker insect dat zich vooral ophoudt (ophield) in houten wanden, beschotten, bedsteden en ledikanten, en mensch en dier beten toebrengt; wandluis; bedwants (Cimex lectularius L.). Zie verder bijv. oudemans, Insecten 282 (1905).
    2. Volgens de volg. bron wordt het woord in Gron. (het Oldambt) gebruikt in toep. op de bladluis.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Komt voor in een liedje dat werd gezongen tussen pot en pint:
    “De ruiten bevroren
    de pispot in huis
    en op de gordijnen
    een grote weekluis”

    Ik heb zeer slecht geslapen, mede en vooral door de aanwezigheid van die weekluizen die ik waarschijnlijk in huis gebracht heb na een bezoek aan iemand.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door fansy op 15 jan 2016 20:52
    4 reactie(s)

    Versie 3

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    < een weeg is een oude benaming voor een gevlochten wand

    uitspr. /wi:klɔəs/
    uitdr.: zo fier als een weekluis

    WNT: WEEKLUIS —, znw. vr., mv. -luizen. Uit weeg (I) en luis. Mnl. weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. (ogier, Seven Hoofts. 23 (1644)) alleen nog gewestelijk in Vl.-België (O.-Vl., Antw., De Kempen, Land van Waas) en Zeel. aangetroffen. In de Zaanstreek wordt het beestje ook weegje genoemd; zie WEEGJE (II).
    1. Ben. voor een zeker insect dat zich vooral ophoudt (ophield) in houten wanden, beschotten, bedsteden en ledikanten, en mensch en dier beten toebrengt; wandluis; bedwants (Cimex lectularius L.). Zie verder bijv. oudemans, Insecten 282 (1905).
    2. Volgens de volg. bron wordt het woord in Gron. (het Oldambt) gebruikt in toep. op de bladluis.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Komt voor in een liedje dat werd gezongen tussen pot en pint:
    “De ruiten bevroren
    de pispot in huis
    en op de gordijnen
    een grote weekluis”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door fansy op 15 jan 2016 20:50
    4 reactie(s)

    Versie 2

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis, weegluis

    uitspr. /wi:klɔəs/

    uitdrukking: zo fier als een weekluis

    WNT: Modern lemma: weegluis
    WEEKLUIS — Uit weeg (wand) en luis. Mnl. weechluus. De vorm weekluis wordt na de 17de e. alleen nog gewestelijk in Vl.-België (O.-Vl., Antw., De Kempen, Land van Waas) en Zeel aangetroffen.

    Der zate weekluizen in de muren.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 24 sep 2011 15:59
    4 reactie(s)

    Versie 1

    weekluis
    (de ~ (v.), ~zen)

    bedwants, wandluis

    uitspr. /wi:klɔəs/

    Der zate weekluizen in de muren

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door Diederik op 24 mei 2011 20:38
    4 reactie(s)

    Developers gezocht!
    De code achter het Vlaams woordenboek heeft dringend een update nodig.
    Wil je deze website graag mee een nieuw leven geven? Ik zoek een team adoptieouders.
    Stuur me een e-mailtje als je wil helpen, merci!

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.