Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    malheur

    De beschrijving van deze term werd 11 keer aangepast.

    Versie 11

    malheur
    (zn., o. -en)

    ongeluk, ongeval

    zie ook: maleur, malheur, een ~ doen, malheuren doen

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: malheur
    Uit frans malheur (1174 mal eür, voor 1526 in den vorm malheur); zoo ook engels malheur (1471), duits malheur (18de e.).

    Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 11 dec 2018 15:11
    0 reactie(s)

    Versie 10

    malheur
    (zn., o. -en)

    ongeluk, ongeval

    zie ook: maleur, malheur, een ~ doen, malheuren doen

    WNT: malheur
    Uit frans malheur (1174 mal eür, voor 1526 in den vorm malheur); zoo ook engels malheur (1471), duits malheur (18de e.).

    Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 06 apr 2015 13:05
    0 reactie(s)

    Versie 9

    malheur
    (zn., o. -en)

    1. ongeluk, ongeval
    2. kwetsuren, blauw plekken, schaafwonden

    zie ook: maleur, malheur, een ~ doen, malheuren doen

    WNT: malheur
    Uit frans malheur (1174 mal eür, voor 1526 in den vorm malheur); zoo ook engels malheur (1471), duits malheur (18de e.).

    1. Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    2. Met te vallen met mijne fiets heb ik malheuren opgelopen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 06 apr 2015 13:02
    0 reactie(s)

    Versie 8

    malheur
    (zn., o. -en)

    1. ongeluk, ongeval
    2. kwetsuren, blauw plekken, schaafwonden

    zie ook: maleur, malheur, een ~ doen, malheuren doen

    > Fr. malheur vs. bonheur: tegenslag vs. meeval
    schrijfwijze: 1174 mal eür, voor 1526 in den vorm malheur
    > eng. malheur (1471)
    > du. malheur (18de e.)

    1. Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    2. Met te vallen met mijne fiets heb ik malheuren opgelopen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 30 aug 2014 18:28
    0 reactie(s)

    Versie 7

    malheur
    (zn., o. -en)

    1. ongeluk, ongeval
    2. kwetsuren, blauw plekken, schaafwonden

    zie ook: maleur, malheur, een ~ doen, malheuren doen

    1. Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    2. Met te vallen met mijne fiets heb ik malheuren opgelopen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 30 aug 2014 18:16
    0 reactie(s)

    Versie 6

    malheur
    (zn., o. -en)

    1. ongeluk, ongeval
    2. kwetsuren, blauw plekken, schaafwonden

    zie ook: maleur

    zie ook malheur, een ~ doen

    1. Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    2. Met te vallen met mijne fiets heb ik malheuren opgelopen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 06 apr 2014 21:55
    0 reactie(s)

    Versie 5

    malheur
    (zn., o. -en)

    1. ongeluk, ongeval
    2. kwetsuren, blauw plekken, schaafwonden

    zie ook: maleur

    1. Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    2. Met te vallen met mijne fiets heb ik malheuren opgelopen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 27 nov 2012 16:23
    0 reactie(s)

    Versie 4

    malheur
    (zn., o. -en)

    ongeluk of ook ongeval

    zie ook: maleur

    Hij heeft mij goed bij mijn pietje. Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 27 nov 2012 16:02
    0 reactie(s)

    Versie 3

    µ malheur
    (zn., o. -en)

    ongeluk of ook ongeval
    variant van (zie) maleur

    Hij heeft mij goed bij mijn pietje.
    Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door haloewie op 03 jan 2011 23:10
    0 reactie(s)

    Versie 2

    malheur
    (het ~ (o.), ~en)

    of maleur
    ongeluk

    Hij heeft mij goed bij mijn pietje.
    Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 28 nov 2010 12:31
    0 reactie(s)

    Versie 1

    malheur
    (het ~ (o.), ~en)

    ongeluk

    Hij heeft mij goed bij mijn pietje.
    Dat hij maar oppast dat ik geen malheur bega.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door la_rog op 11 feb 2008 00:38
    0 reactie(s)

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.