Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    wier

    De beschrijving van deze term werd 16 keer aangepast.

    Versie 16

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    syn.: een noest, knoest of kwast

    Fig. op ne wier zitten, blijven doorzagen over een onderwerp

    zie ook: weer, neute
    ook: op een weer zitten

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Ge zit op een wier zeker? Al een uur zijt ge aan het doordrammen over de tandarts dat hij uwe tand niet te goei heeft gemaakt. Stopt met zagen, belt hem en vertelt dat tegen hem.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door Georges Grootjans op 09 aug 2017 11:13
    7 reactie(s)

    Versie 15

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    syn.: een noest, knoest of kwast

    Fig. op ne wier zitten, blijven doorzagen over een onderwerp

    zie ook: weer, neute

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Ge zit op een wier zeker? Al een uur zijt ge aan het doordrammen over de tandarts dat hij uwe tand niet te goei heeft gemaakt. Stopt met zagen, belt hem en vertelt dat tegen hem.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 04 mrt 2017 15:35
    7 reactie(s)

    Versie 14

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    syn.: een noest, knoest of kwast

    Fig. op ne wier zitten, blijven doorzagen over een onderwerp

    zie ook: weer, neute

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Ge zit op een wier zeker? Al een uur zijt ge aan het doordrammen over de tandarts dat hij uwe tand niet te goei heeft gemaakt. Stopt met zagen, belt hem en vertelt dat tegen hem.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door fansy op 27 jun 2016 12:08
    7 reactie(s)

    Versie 13

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    (In Ned.: een noest, knoest of kwast.)

    Fig. op ne wier zitten, blijven doorzagen over een onderwerp.

    ook: weer, neute

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 10 jun 2016 23:24
    7 reactie(s)

    Versie 12

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    (In Ned.: een noest, knoest of kwast.)

    Fig. op ne wier zitten, blijven doorzagen over een onderwerp.

    zie ook: weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door fansy op 14 mrt 2015 04:12
    7 reactie(s)

    Versie 11

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    (In Ned.: een noest, knoest of kwast.)

    Fig. op ne wier zitten, blijven doorzagen over een onderwerp.

    zie ook: weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door Marcus op 18 mrt 2014 12:41
    7 reactie(s)

    Versie 10

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    (In Ned.: een noest, knoest of kwast.)

    Fig. op ne wier zitten, bijven doorzagen over een onderwerp.

    zie ook: weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 18 mrt 2014 11:47
    7 reactie(s)

    Versie 9

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.
    (In Ned.: een noest, knoest of kwast.)

    Fig. op ne wier zitten, bijven doorzagen over een onderwerp.

    zie ook: weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door fansy op 16 okt 2012 05:33
    7 reactie(s)

    Versie 8

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    (In Ned.: een noest, knoest of kwast.)

    Fig. op ne wier zitten, bijven doorzagen over een onderwerp.

    weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door LageLander op 15 okt 2012 16:26
    7 reactie(s)

    Versie 7

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    Fig. op ne wier zitten, bijven doorzagen over een onderwerp.

    weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij percies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 08 feb 2012 11:48
    7 reactie(s)

    Versie 6

    wier
    (de ~ (m.), ~en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    Fig. op ne wier zitten, bijven doorzagen over een onderwerp.

    weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij persies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door Grytolle op 04 feb 2010 13:54
    7 reactie(s)

    Versie 5

    wier
    (de ~ (m.) en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    Fig. op ne wier zitten, bijven doorzagen over een onderwerp.

    weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Als hij aan het snurken is zit hij persies op ne wier.

    Regio Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 21 aug 2009 13:48
    7 reactie(s)

    Versie 4

    wier
    (de ~ (m.) en)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Regio Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 21 aug 2009 13:44
    7 reactie(s)

    Versie 3

    wier
    (de ~ (m.); ?)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    weer

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Regio Antwerpen
    Bewerking door Diederik op 11 jul 2009 11:21
    7 reactie(s)

    Versie 2

    wier
    (de ~ (m.); ?)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Regio Antwerpen
    Bewerking door Diederik op 11 jul 2009 11:20
    7 reactie(s)

    Versie 1

    wier
    (de ~ (m.); ?)

    In plank hout: rond stuk waar vroeger een tak zat.

    Ge zit just op ne wier, dus dieje nagel godde daar ni deurkrijge!

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Diederik op 09 jul 2009 17:14
    7 reactie(s)

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.