Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    mensen

    Dit is slechts 1 definitie voor "mensen." Bekijk alle definities.

    mensen
    (verzamellemma)

    De Vlaming gebruikt in zijn alledaags taalgebruik ontzettend veel woorden die in het Nederlands iets anders betekenen, dan wel sterk verouderd of zelfs geheel onbekend zijn. In dit lemma houden we ne lijst bij van alle algemeen Vlaamse woorden die gebruikt worden voor te verwijzen naar familieleden, en ‘soorten’ mensen in het algemeen (gelijk: man, vrouw, kind, e.d.m.). Aan de hand van deze lijst kan een student Vlaams de betekenis van deze woorden eenvoudig achterhalen, en aldus rap mee zijn in e gesprek met moedertaalsprekers. Naast deze algemeen gebruikte woorden bestaan er ook nog tal van dialectwoorden (waarmee we enkel bedoelen dat ze slechts in een beperkte regio gekend zijn), uit praktische overwegingen nemen we deze niet op in het lemma.

    algemeen:
    bibi
    bobon
    boeleke
    bruggepensioneerde
    gast
    jonk
    jagger
    jonggepensioneerde
    jonkheid
    jonkman
    kadee
    kapoen
    kerstenkind
    kinderken
    kinneke
    koppel
    madam
    manneke
    mee
    meiske
    pateeke
    pagadder
    patotter
    pee
    smanspersoon
    vent
    vrouwmens
    wijf

    familie:
    bobon
    bomma
    bompa
    doopmeter
    dooppeter
    echteling
    echtgescheiden
    kozijn
    lief
    madam
    meemama
    meeouder
    meme
    moedere
    nonkel
    nonkel pater
    pepe
    plusdochter
    plusgezin
    pluskind
    plusmama
    plusouder
    pluspapa
    pluszoon
    schoonbroer
    tant
    tante nonneke
    vadere
    vent
    wijf
    zuster

    -

    14 reactie(s)  |  oudere versies
    Toegevoegd door nthn en laatst gewijzigd door nthn (01 apr 2020 11:23)

    Thumbs_up
    14

    Reacties

    Ik kost niet direct een betere naam bedenken. Ik ga eens een aantal verzamellemma’s beginnen aanleggen voor een aantal categorieën, zodanig dat buitenstaanders (en ook Vlamingen zelf) een beter zicht krijgen op hoezeer het alledaags Vlaams taalgebruik eigenlijk verschilt van het Nederlands. Ik zit onder meer met een lemma over de wegcode in mijn hoofd, aangezien ongeveer driekwart van al hetgeen dat daar iets mee te maken heeft verschillend is.

    Toegevoegd door nthn op 16 jan 2020 21:50

    pipo, mini, prutske, plat kinneke, maraine,…

    Toegevoegd door helle op 19 jan 2020 12:08

    Regionaal beperktere dialectwoorden gelijk mini of plat jonk zou ik eerder linken bij de specifieke lemma’s, anders wordt het agauw nogal onoverzichtelijk. Voor marraine weet ik het niet echt, aangezien dat er geen typisch algemeen Vlaams woord voor ‘meter’ is. Pipo is trouwens geen Vlaams!

    Toegevoegd door nthn op 19 jan 2020 16:40

    Kadee, pateeke, wicht, lief, tante nonneke en nonkel pater,…
    Mini zou ik geen dialect noemen, misschien wel een jeugdwoord.

    Toegevoegd door helle op 19 jan 2020 18:24

    De miensje (mensen), de miensj (de echtgenoot), de ouwluuj, de jonkheed, de pap en de mam, de nonk en de tant, de naefkes en de nichskes, de zuster en de brouwer (broor), ‘t jungske en ‘t maedje, grwatte luuj, kènjer, ‘t kiendje, de vreglap en de moelejan, gooi luuj, kaelsluuj, sjlechte luuj en zo wieër…
    Sjlechte luuj geit ‘t ummer good!

    Toegevoegd door koarebleumke op 19 jan 2020 19:41

    Miljaar zeg, en ik die dacht dat dat hier nog een beknopt lemma ging blijven…

    Toegevoegd door nthn op 20 jan 2020 11:14

    Ik heb er nog een paar toegevoegd en ze alfabetisch gezet anders gaat ge het overzicht verlieren. Want nu hebt ge er ongeveer 50, maar ik denk dat ge gemakkelijk over de honderd geraakt. Als het er niet meer zijn…

    Toegevoegd door Georges Grootjans op 20 jan 2020 13:40

    Tantekes en noenkeltjesdag

    Nathalie Deketelaere heeft voor haar mutsevriendjes ’tantekes en noenkeltjesdag’ bedacht en ’er een lieke bij hemok’. Zet voor het zingen aanvangt de speakers zacht, dat voorkomt gehoorschade. ;-)

    Googel: Nathalie de Ketelaere op You Tube, tantekes en noenkeltjesdag.

    Toegevoegd door koarebleumke op 20 jan 2020 17:48

    Awel Georges, ik had geprobeerd van ze een beetje te groeperen, maar in tekstvorm komt het niet echt over. In feite zoudt ge een diagram nodig hebben met allemaal fotookes en pijlen met info, “de die is dat tegenover den dienen, zulder getweeënd zijn de … van de die, enz.” Voor de familiale termen dan toch, de rest kunt ge waarschijnlijk met fotookes alleen oplossen.

    Haha koarebleumke, dat ziet er mij een Vlaamse klassieker in wording uit. Interessant wel dat ze ‘tantekes’ als verkleinvorm gebruikt ipv ‘tantetjes’, want de kust kent al lang geen verkleinwoorden op -(e)ke(n) meer, enkel -sje(n) en -(e)tje(n). Ik heb het nog al opgemerkt dat ze aan de kust in de nabijheid van niet-kustbewoners rap de oudere en voor hen uitheemse -(e)ke-verkleinwoorden gebruiken, bv. in de statie: “duwt maar op da knoppeke, madammeke”. In het West-Vlaams zou dat normaal gezien moeten zijn: “duwt maar op da knoptje, madamtje”. Die ‘madammeke’, tot daar aan toe, maar die ‘knoppeke’ is niets minder dan fascinerend. Ge moet al 100km naar het oosten gaan eer dat ge daar iets van terugvindt, want zuidelijke West-Vlamingen en Oost-Vlamingen, die wel nog verkleinwoorden op -ke(n) gebruiken, steken daar geen tussenliggende ‘e’ tussen, en zeggen gewoon ‘knopke(n)’. De enige logische verklaring die ik kan vinden is dat ze het van Brabantse toeristen/uitwijkelingen leren.

    Toegevoegd door nthn op 21 jan 2020 10:54

    Tantekes en noenkeltjes

    Toegevoegd door koarebleumke op 21 jan 2020 18:36

    Tantekes en noenkeltjes bevreemde mij ook. Je zou dan toch eerder noenkelkes verwachten. Aan de Maas zou het tantekes en nönkskes worden, al heb ik dat nog nooit echt gehoord.
    In Maasland en in meer delen van Limburg heet een klein ventje een menneke. (Voor meervoud en diminutieven wordt ook nog de klinker verbogen en veranderd de toon (sleeptoon-stoottoon). Maar nog oostelijker in Limburg NL of in de oostelijke Voerstreek zegt men mäntje tegen menneke. Dat begreep ik destijds niet van mijn familie daar. Ik dacht maar steeds dat ze het over een mändje (mandje) had.
    Maar eigenlijk was ik op zoek naar ‘de tantekes’ uit de tijd van de crèchemoorden. Werden de kinderverzorgsters zo genoemd omdat het een uitdrukking is voor kleuterleidster of was het een aanduiding voor destijds zeer moedige vrouwen?

    Ik vind alleen nog wat bij Knack uit 2013:

    … de crèchemoorden’ We gaan eens een hypothese maken: een zittingsdag van het assisenproces. ‘Eeuwige dankbaarheid voor de tantekes’.

    Eventueel zijn er dan twee lemma’s te maken.

    Toegevoegd door koarebleumke op 21 jan 2020 19:19

    Hoort mec hier ook niet in thuis? Geen idee hoe dikwijls dat woord voor man of gast nog gebruikt wordt, het blijkt niet in dit woordenboek te staan.
    Zou kunnen dat het een typisch BSD-woord is/was.
    Iemand die er meer over weet?

    Wat tantes betreft: ja, wordt in veel kleuterscholen gebruikt voor de dames die daar werken, ik vermoed om een huiselijke sfeer te creëren. Of de mannelijke collega’s dan nonkels genoemd worden? Ik zou het niet weten, daar bestaan maar weinig exemplaren van.

    Toegevoegd door helle op 21 jan 2020 22:59

    Merci, het woord is verwarrend omdat een tante in NL o.a. een flinke vrouw kan betekenen (en nog wat meer).
    Ik wacht het nog even af en dan zal ik het als kleuter~ of crècheleidster invoeren.

    Toegevoegd door koarebleumke op 22 jan 2020 09:04

    Ik heb het eens opgezocht en ‘mec’ lijkt inderdaad (beperkt) in gebruik, ik dacht dat het dan voornamelijk Brusselaars zouden zijn maar toch niet (of misschien zijn ze uitgeweken). Ook in alle Franse betekenissen, namelijk ‘gast’ (znw.), ‘gast’ (aanspreking) en ‘mannelijk lief’.

    “Die eerste vier minuten moeten we verzinnen ofwa mec?” (9lives.be, locatie onbekend)

    “En uiteraard nog wat schulden van hare eerste mec die perse ne computer woont en uiteraard de obligatoire iPhone.” (9lives.be, iemand van Deurne)

    “Dieje mec hier boven mij zegt het net he.” (9lives.be, iemand van Zakkemakke – Chakamaka)

    Ik heb wel een vermoeden dat het tot de Brabantse regio’s beperkt is.

    Toegevoegd door nthn op 22 jan 2020 11:03

    Voeg een reactie toe

    Ingelogde gebruikers kunnen reacties aan deze definitie toevoegen.

    Log in

    Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

    Uw gebruikersnaam
    Uw geheime paswoord

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.