Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Omdat ik het Vlaams Woordenboek al enkele jaren niet meer kan onderhouden, wordt er gewerkt aan een nieuwe versie. Helpers zijn welkom in kanaal #vlaamswoordenboek op de Discord van Nerdland.

    masscher

    Dit is slechts 1 definitie voor "masscher." Bekijk alle definities.

    masscher
    (znw. het ~, ~s)

    masker

    uitspraak ± masjher/masjcher

    ook bv. mondmasscher (mondmasker), enz.

    Ip den dyk zy je nu me de corona verplicht van e moundmasscher te droagn.

    3 reactie(s)  |  oudere versies
    Toegevoegd door nthn en laatst gewijzigd door nthn (31 jul 2020 15:26)

    Thumbs_up
    18

    Reacties

    De regio is misschien uitgebreider, want bij Kortrijk wordt ‘sch’ uitgesproken als ‘sk’, en zou er wat de uitspraak betreft dus geen verschil zijn tussen ‘mascher’ en ‘masker’. Zou ‘mascher’ misschien een (historische) hypercorrectie zijn?

    De WNT geeft bij het lemma voor ‘masker’ uit 1904 onmiddellijk aan: “in geheel Vlaanderen gewoonlijk MASSCHER (ook MASSCHEL: zie DE BO 1873)”, maar ‘masscher’ en ‘masschel’ kan ik enkel vinden als benaming voor een graanziekte.

    http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M038546

    Toegevoegd door nthn op 31 jul 2020 15:12

    Ah, de MNW biedt een beetje verduidelijking, ze geven één voorbeeld uit “Vlaanderen/Brabant” waar ‘maschre’ staat voor ‘masker’, maar de schrijver daarvan is ne Zot, dus hoe dat ze uit dat één voorkomen in Brugge “geheel Vlaanderen” hebben afgeleid…

    http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=MNW&id=28222

    Toegevoegd door nthn op 31 jul 2020 15:17

    Ik weet niet juist wat u bedoelt en of dit een antwoord is, maar De Bo vermeldt wel masscher:

    MASSCHER, m. Zwartsel van rook, anders ook Grijm of Grijmsel geheeten, fr. noir de fume.
    De masscher van eenen pot.
    — Graanziekte anders ook Grijmte of Lugge genaamd.
    — Masker, grijns, mom, fr. masque. Eenen masscher dragen. Iemand zijnen masscher aftrekken. " Boosheyt van buyten wat vercierlyckt ende ghepaleert met den masscher van deugden. " (A. Debuck.) Ook Masschel : " De ongheloovighen gingen in masschels oft mommerien. "
    (M. Lambrecht.) — Te Iper zegt men Mosscher."

    Toegevoegd door de Bon op 31 jul 2020 15:49

    Voeg een reactie toe

    Ingelogde gebruikers kunnen reacties aan deze definitie toevoegen.

    Log in

    Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

    Uw gebruikersnaam
    Uw geheime paswoord

    Developers gezocht!
    De code achter het Vlaams woordenboek heeft dringend een update nodig.
    Wil je deze website graag mee een nieuw leven geven? Ik zoek een team adoptieouders.
    Stuur me een e-mailtje als je wil helpen, merci!

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.