Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    de

    Dit is slechts 1 definitie voor "de ." Bekijk alle definities.

    de
    (bep. lidw. + eigennaam)

    het gebruik van het bepaald lidwoord “de” voor een mannelijke persoonsnaam – eigennaam

    (in de Kempen ook voor een vrouwelijke persoonsnaam)

    Ik heb de Jacobs (Tuur Jacobs), de “Jokke” (zijn roepnaam), op de bus gezien.

    We gaan op monumententocht met den Erik en zijn lief in de Vlaanders.

    3 reactie(s)  |  oudere versies
    Toegevoegd door haloewie en laatst gewijzigd door de Bon (04 apr 2017 11:50)

    Thumbs_up
    242

    Reacties

    Ah dat ontkracht dan de mythe vooral verspreid door de rabiate AN_aanhangers die de tussentaal willen uitroeien dat dit een puur Brabantse constructie is die dus in de Vlaamse taal uitgebannen moet worden.
    (want Brabants = de pest)

    Toegevoegd door Diederik op 22 mrt 2011 21:44

    Bij mij niet gebruikelijk, wel in ’t Waasland.
    Het drukt familiariteit uit, zoals in het Duits, waar het alleszins voor beide geslachten wordt gebruikt (der Helmut, die Sabine).

    Toegevoegd door Rodomontade op 03 mrt 2012 18:47

    de Walen

    Het komt mij voor dat het “der” van LeGrognard beperkt is tot dat gedeelte van Limburg dat tegen het Rijnland aanleunt – Nederlands Limburg, dus. In Haspengouw absoluut niet gebruikelijk en ik vraag mij af of het (Belgische) Maasland die constructie wel kent?
    In mijn dialect zegt men “Bau ès Zjang hiëne?” (waar is Jean naartoe?) en “Ès Merie al trèg?” (is Marie al terug?). Men zegt wel “ozze Zjef” en “os Traajke” (onze Jef, ons Truike), en naar vrouwen wordt inderdaad vaak verwezen met (betoond) “het” (“Hêt wor iëstrèèch nog haaj”, zij was daarnet nog hier).
    Anderzijds zegt men in Haspengouw wél “de Walen”: “hèè woent èn de Waole érges” (hij woont ergens in Wallonië), en ook “èn de Vlaonders” (in Vlaanderen) – “de” verwijst dus naar een meervoud.
    En, ten overvloede: “de Limburg” is in Limburg niet gebruikelijk, maar als de media hier nog lang blijven over doormemmen zal ook dit wel ingeburgerd geraken, net als dat idiote “noemen” voor “heten”.

    Toegevoegd door petrik op 17 okt 2012 11:49

    Voeg een reactie toe

    Ingelogde gebruikers kunnen reacties aan deze definitie toevoegen.

    Log in

    Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

    Uw gebruikersnaam
    Uw geheime paswoord

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.