Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Recente wijzigingen

    De onderstaande definities zijn de laatst gewijzigde definities van Vlaamse termen in ons woordenboek. Deze lijst is ook beschikbaar als RSS Feed RSS

    #22671

    vettigen teen

    Ne vettigen teen is een vetjoan. Een viespeuk zegt men tegenwoordig in het algemeen Nederlands.

    Zoudt ge u nie eens wassen, vettigen teen? Ge stinkt vier uren boven wind.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:38
    0 reactie(s)

    #22672

    vetjoan
    (de ~, (m.), ~en)

    vetjoan is een contaminatie van vet + ajuin

    Het is iemand die niet kuist of zich niet wast en vieze praat verkoopt

    Deze term wordt gebruikt in Olen en Herentals

    ‘Stopt met smossen aan tafel en kuist dat op, gij se vetjoan!’

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:32
    2 reactie(s)

    #22673

    pikhaak
    (de pikhaak, pikhaken, m. zst.nw.)

    Landbouwgerief om graan af te maaien. In de ene hand had men een zicht of pik vast, in de andere dit werktuig dat bestond uit een steel en een scherpe ijzeren haak van zo’n vijftien tot dertig centimeter lengte. Men gebruikte dit gerief om het koren op te rapen, meestal wanneer het gevallen was door regen en wind.
    In andere streken noemt men dit werktuig een “berhaak” of “mathaak”.

    Er zijn er niet veel meer die kunnen maaien met een pik en een pikhaak.

    Er is in de Kempen een uitdrukking: “Vloeken gelijk ne pikhaak.”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:28
    0 reactie(s)

    #22674

    pikhaak
    (de pikhaak, pikhaken, m. zst.nw.)

    Landbouwgerief om graan af te maaien. In de ene hand had men een zicht of pik vast, in de andere dit werktuig dat bestond uit een steel en een scherpe ijzeren haak van zo’n vijftien tot dertig centimeter lengte. Men gebruikte dit gerief om het koren op te rapen, meestal wanneer het koren gevallen was door regen en wind.
    In andere streken noemt men dit werktuig een “berhaak” of “mathaak”.

    Er zijn er niet veel meer die kunnen maaien met een pik en een pikhaak.

    Er is in de Kempen een uitdrukking: “Vloeken gelijk ne pikhaak.”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:27
    0 reactie(s)

    #22675

    pik
    (de pik, pikken, v. zst.nw)

    Gerief dat dient om graan te maaien. Het blad ziet eruit als dat van een zeis "zaasie, maar het heeft een veel kortere steel. Het graan werd opgeraapt met een pikhaak. In het Nederlands noemt men dit gerief een “zicht”.

    Ik heb de hele godsjeugdige dag koren afgedaan met de pik en nu doet mijn rug zeer.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:25
    0 reactie(s)

    #22676

    pikhaak
    (de pikhaak, pikhaken, m. zst.nw.)

    Landbouwgerief om graan af te maaien. In de ene hand had men een zicht of pik vast, in de andere dit werktuig dat bestond uit een steel en een scherpe ijzeren haak van zo’n dertig centimeter lengte. Men gebruikte dit gerief om het koren op te rapen, meestal wanneer het koren gevallen was door regen en wind.

    Er zijn er niet veel meer die kunnen maaien met een pik en een pikhaak.

    Er is in de Kempen een uitdrukking: “Vloeken gelijk ne pikhaak.”

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:25
    0 reactie(s)

    #22677

    pikken
    (pikte, gepikt zw.ww.)

    Graan afmaaien met een pik en een pikhaak.

    In de goeie oude tijd moesten de boeren het graan pikken. Tegenwoordig gebeurt dit allemaal met moderne machines, een voorbeeld zie pikdorser.

    Regio Hageland
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:20
    0 reactie(s)

    #22678

    pik
    (de pik, pikken, v. zst.nw)

    Gerief dat dient om graan te maaien. Het blad ziet eruit als dat van een zeis "zaasie, maar het heeft een veel kortere steel. Het graan werd opgeraapt met een pikhaak. In het Nederlands noemt men dit gerief een “zicht”.

    Ik heb de hele godsjeugdige dag koren afgedaan met de pik en nu doet mijn rug zeer.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:16
    0 reactie(s)

    #22679

    meel
    (de meel, melen, m. znw.)

    Een meel is een wetsteen voor een zaasie

    Waarschijnlijk verwant met het Franse woord “meule”, slijpsteen.Heel veel Vlaamse boerenjongens gingen in Frankrijk werken als seizoenarbeiders om de graanoogst binnen te halen.

    Ik moet om de vijf voeten mijne meel bovenhalen om de zaasie te wetten.Ik zou ze eens moeten haren.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door Marcus op 10 nov 2013 14:07
    0 reactie(s)

    #22680

    nulmeridiaan, denken dat de ~ door zijn gat loopt
    (zn., v.)

    zichzelf heel belangrijk achten, zichzelf het centrum van de wereld achten

    varianten: denken dat de nulmeridiaan door zijn aars, achterste, navel, …loopt

    VD2013 online kent enkel het Belgisch-Nederlands: zichzelf beschouwen als de nulmeridiaan

    Yves Desmet in Demorgen.be over Didier Bellens: “Mensen die vanuit de riante positie van quasi-monopoliehouder riante winsten realiseren en van de weeromstuit denken dat de nulmeridiaan van de wereld door hun achterste loopt.”

    stripspeciaalzaak.be: Ach, de jongeman is niets meer dan een pedante zak die denkt dat de nulmeridiaan door zijn anus loopt.

    nieuwsblad.be : De leefbaarheid van een kleine gemeenschap is absoluut geen issue voor wie ervan uitgaat dat de nulmeridiaan door zijn eigen navel loopt.

    jeanlucdehaene.blogspot.com: Dat ventje dacht toen al, om het met Urbanus te zeggen, dat de nulmeridiaan door zijn gat liep.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 10 nov 2013 13:31
    0 reactie(s)

    #22681

    gat, denken dat de nulmeridiaan door zijn ~ loopt

    zie nulmeridiaan, denken dat de ~ door zijn gat loopt

    -

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 10 nov 2013 12:32
    0 reactie(s)

    #22682

    nulmeridiaan, denken dat de ~ door zijn gat loopt
    (zn., v.)

    zichzelf heel belangrijk achten, zichzelf het centrum van de wereld achten

    varianten: denken dat de nulmeridiaan door zijn aars, achterste, navel, …loopt

    VD2013 online kent enkel het Belgisch-Nederlands: zichzelf beschouwen als de nulmeridiaan

    Yves Desmet in Demorgen.be over Didier Bellens: “Mensen die vanuit de riante positie van quasi-monopoliehouder riante winsten realiseren en van de weeromstuit denken dat de nulmeridiaan van de wereld door hun achterste loopt.”

    stripspeciaalzaak.be: Ach, de jongeman is niets meer dan een pedante zak die denkt dat de nulmeridiaan door zijn anus loopt.

    nieuwsblad.be : De leefbaarheid van een kleine gemeenschap is absoluut geen issue voor wie ervan uitgaat dat de nulmeridiaan door zijn eigen navel loopt.

    jeanlucdehaene.blogspot.com: Dat ventje dacht toen al, om het met Urbanus te zeggen, dat de nulmeridiaan door zijn gat liep.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 10 nov 2013 12:31
    0 reactie(s)

    #22683

    haveres
    (de~, (m.), ~sen)

    In ’t schoon Vlaams noemen ze die boom een lijsterbes. In ’t Duits zeggen ze ook ‘eine Eberesche’.

    WNT: Haveresch
    Een naam voor de lijsterbes of kwalsterboom, Sorbus aucuparia (zie b.v. Dodon. (ed. 1608).
    Het tweede lid is misschien de boomnaam esch (wegens overeenkomst in den vorm der bladeren?).
    Het eerste heeft stellig wel met haver niets te maken.
    - Hauer-essche. Fraxinus bibula, sorbus siluestris, Kiliaan (1599).
    - Haveressche, kwalsterboom, De Bo (1892).

    Een haveres krijgt in ’t najaar van die rode bollekes.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door de Bon op 10 nov 2013 12:10
    0 reactie(s)

    #22684

    billeke
    (zn. o., ~s)

    een billeke= een partje van een sinaasappel, mandarijn, pompelmoes.

    Je ziet duidelijk bij het pellen de partjes fruit.

    in Antwerpen beentje

    Ik heb zojuist een viertal mandarijntjes gepeld en in billeke’s getrokken. Klaar om in de fruitsla te verwerken.

    Regio Leiestreek
    Bewerking door de Bon op 10 nov 2013 12:07
    2 reactie(s)

    #22685

    suikerklop
    (zn. m. meerv. niet gebruikelijk)

    tijdelijke fysieke inzinking door een tekort aan suikers

    “Bij trainingen tot 2 uur kan je overleven zonder eten, langer krijg je zeker een suikerklop. Eet ten laatste een grote maaltijd anderhalf uur voor de training.” (beginnerstips voor wielertoeristen)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 nov 2013 11:30
    0 reactie(s)

    #22686

    strop zetten
    (uitdr. (bnw.+ww.))

    vast zetten, in verlegenheid zetten

    WNT:
    bnw. Waarschijnlijk verwant met stroppen. Uit het begrip van vóór een doorgang zich samenpakken of tegengehouden worden, niet verder kunnen, zal dat van in verlegenheid verkeeren zijn voortgekomen.
    Het woord is met name in ’t Antw. in gebruik.
    Ik zit strop van geld, Corn.-Vervl.
    Hij maakte veul praat, maar ik zetten ’em strop, Ald.

    Belgacom had mij in de week strop gezet. Ze zeiden dat ze de kapotte b-box kwamen vervangen maar ze zijn niet geweest. Dus kon ik geen tv meer zien.

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door de Bon op 10 nov 2013 10:56
    0 reactie(s)

    #22687

    haveres
    (de~, (m.), ~sen)

    In ’t schoon Vlaams noemen ze die boom een lijsterbes. In ’t Duits zeggen ze ook ‘eine Eberesche’.

    WNT: Haveresch
    Een naam voor de lijsterbes of kwalsterboom, Sorbus aucuparia (zie b.v. Dodon (ed. 1608).
    Het tweede lid is misschien de boomnaam esch (wegens overeenkomst in den vorm der bladeren?).
    Het eerste heeft stellig wel met haver niets te maken.
    - Hauer-essche. Fraxinus bibula, sorbus siluestris, Kiliaan (1599).
    - Haveressche, kwalsterboom, De Bo (1892).

    Een haveres krijgt in ’t najaar van die rode bollekes.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door de Bon op 10 nov 2013 10:51
    0 reactie(s)

    #22688

    euzzel
    (den euzzel, euzzels, (m.) znw.)

    Een euzzel heet in het Nederlands “veerunster” of “weeghaak”. Het weegtoestel bestaat uit een verticale behuizing met schaalverdeling, waarin zich een veer bevindt. Aan de onderkant zit een haak, waaraan men het te wegen voorwerp kan ophangen. Door het gewicht van de vracht rekt de veer uit en is het gewicht op de schaalverdeling af te lezen.

    < variant van unsel, ussel, euzel, einsel, enz. < van het Middelnederlands unce, once, ons

    Hangt da maar eens aan den euzzel, dan weet ge direct hoeveel dat het weegt.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door de Bon op 10 nov 2013 10:39
    0 reactie(s)

    #22689

    moderne wiskunde
    (begrip)

    De zogenaamde ‘moderne wiskunde’ is een soort wiskunde die in de jaren 70, 80 en 90 in Vlaamse humaniora’s onderricht werd. Ze was vooral gebaseerd op fundamentele verzamelingenleer en eigenschappen van velden in stede van op algebraïsche rekenkunde.

    Dat “structuur” (verzamelingen, relaties, groepen, vectorruimten, topologie met “open” en “gesloten” verzamelingen, enz.) hier meer op het voorplan kwam dan botweg rekenen, was gebaseerd op de fundamentele inzichten die de wiskundigen in de 2e helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw ontwikkeld hadden. (Ruwweg de periode van Georg Cantor tot David Hilbert.) In die zin was deze benadering van wiskunde niet eens echt “modern”.

    In het onderwijs maakte “moderne wiskunde” opgang onder impuls van de wiskundige Georges Papy en zijn Centre Belge de Pédagogie de la Mathématique (opgericht in 1959).

    Dit soort wiskunde schijnt echter heden ten dage weer ‘afgeschaft’ te zijn, in volgende zin: sinds de jaren ’90 stuurt het beleid het onderwijs in een toenemend utilitaristische richting, met nadruk op het verwerven van zogenaamde “vaardigheden”; specifiek voor het wiskunde-onderwijs verschoof de nadruk terug naar vraagstukken en rekenen, ten nadele van abstractie en structuur. (Hoewel deze inzichten ook nuttig waren, bv. met het oog op software-ontwikkeling, analyseren van business processen enz.)

    De wiskunde als wetenschap zelf, is door deze verschillen in pedagogische aanpak uiteraard niet veranderd, en berust fundamenteel op verzamelingen en structuren.

    In het vak wiskunde leerden wij, aan het eind van de lagere school en de eerste twee jaren humaniora, hoofdzakelijk over commutatieve eigenschappen, associatieve eigenschappen, distributieve eigenschappen van elementen van verzamelingen enzovoorts. Dat werd allemaal met mooie Venn-diagrammen van elkaar doorsnijdende cirkels getoond. Dat stond bekend als moderne wiskunde, en dat was ook helemaal niet zo moeilijk.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door marcg op 10 nov 2013 09:20
    3 reactie(s)

    #22690

    koekappel
    (de koekappel, -en of -s zst.nw.)

    Een afgevallen appel die gebruikt wordt om appelspijs voor vlaaien mee te maken.

    WNT:
    groote witachtige appel, ook weitebrood geheeten.
    Dirkappelen …, witappelen …, koekappelen …, geelappelen, Uit een veilingsber. (Sept. 1933, N.-Brab.; zie ook Cornelissen-Vervliet).

    Ik heb wel twee emmers koekappelen geraapt.

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door de Bon op 09 nov 2013 20:22
    0 reactie(s)

    Meer ...

    Groot Nationaal Onderzoek
    Het Gentse Centrum voor Leesonderzoek is doorlopend op zoek naar deelnemers voor hun woordentest om de Nederlandse taal in kaart te brengen. Uw inbreng is zeer welkom!

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.