Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • LeGrognard

    Geregistreerd sinds 17 sep 2010

    Recentste wijzigingen

    Bekijk alle (3350) wijzigingen van deze gebruiker.

    uitvijzerskot

    vrijgezellencafé, zie uitvijzer
    café waar gedanst en versierd wordt (zie reactie)
    zie ook: volkshuis

    Je kunt je het leed van de vrijgezelle twintigers en dertigers niet inbeelden. Zij moeten op zoek naar een nieuw uitvijzerskot, maar een vervanger voor het Volkshuis bestaat niet. (Tim F. Van der Mensbrugghe in De Morgen)

    Regio Gent
    Bewerking door LeGrognard op 23 dec 2017 10:34
    3 reactie(s)

    uitvijzerskot

    vrijgezellencafé, zie uitvijzer
    café waar gedanst en versierd wordt (zie reactie)

    Je kunt je het leed van de vrijgezelle twintigers en dertigers niet inbeelden. Zij moeten op zoek naar een nieuw uitvijzerskot, maar een vervanger voor het Volkshuis bestaat niet. (Tim F. Van der Mensbrugghe in De Morgen)

    Regio Gent
    Bewerking door LeGrognard op 23 dec 2017 10:30
    3 reactie(s)

    uitvijzerskot

    vrijgezellencafé, vrijgezellentent

    Je kunt je het leed van de vrijgezelle twintigers en dertigers niet inbeelden. Zij moeten op zoek naar een nieuw uitvijzerskot, maar een vervanger voor het Volkshuis bestaat niet. (Tim F. Van der Mensbrugghe in De Morgen)

    Regio Gent
    Bewerking door LeGrognard op 23 dec 2017 00:06
    3 reactie(s)

    verkletsje
    (ww. verkletsjde, verkletsj)

    (ook wel: verklatsje) verklappen, verklikken, doorbrieven

    NB: de standaardtaal kent het werkwoord ‘zich verkletsen’ dat ‘zich verpraten’ betekent.

    Zal ich uch es verkletsje wat veer goan aete mit de krismes.
    Zal ik jullie eens verklappen wat we gaan eten met kerstmis.

    Marie haet de jonges verkletsj wie ’t vuurke aangesjtoake houwe.
    Marie heeft de jongens verklikt die het vuurtje aangestookt hadden.

    Regio Maasland
    Bewerking door LeGrognard op 19 dec 2017 15:17
    0 reactie(s)

    babbelaer

    snoepje, oorspronkelijk van gesmolten suiker met boter (boterbabbelaar)

    zie ook: babbeleir

    Este ophèls mit griene kriste eine babbelaer.
    Als je ophoudt met huilen krijg je een snoepje.

    Onger in ’t trummelke loog eine babbelaer.
    Onder in het (brood)trommeltje lag een snoepje.

    Regio Maasland
    Bewerking door LeGrognard op 18 dec 2017 12:46
    3 reactie(s)

    Recente reacties

    Bekijk alle (2449) reacties van deze gebruiker.

    gij

    Waar zijt gij.

    Waar komt ons moderne ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) vandaan? Dat is niet in een paar woorden te zeggen. Al in de 16de eeuw hadden de meeste Hollanders een diepe minachting voor hun dialect. Mensen die het konden betalen stuurden zelfs hun dochters naar Brabantse kostscholen, o.a. naar Antwerpen om er te leren op de létter te spreken. (Door P.C. Paardekooper)

    In 1588 was de bandopnemer nog niet uitgevonden en daarom weten we niet hoe Amsterdammers toen spraken. Maar de kluchten van Bredero, Hooft en Huygens geven een aardig beeld van het oud-Amsterdams. Het ABN is zeker geen veredeld Amsterdams, maar het staat er ook niet helemaal los van. Trouwens: wat bedoelen we met Amsterdams? Net zo goed als het begrip Amsterdam in 1600 heel sterk verschilt van Amsterdam in 1988, zo is het ook met het begrip Amsterdams van 1600 en Amsterdams van 1988. Was de bandopnemer een eeuw of vijf eerder uitgevonden, dan zouden we alleen maar een bandje van 1588 hebben hoeven af te draaien om precies te weten hoe het dialect toen geklonken heeft. Maar nu zijn we aangewezen op reconstructies. Welke hulpmiddelen hebben we? Amsterdamse teksten uit de 16de en 17de eeuw zijn er in overvloed, maar het probleem is dat mensen bijna nooit schrijven zoals ze spreken; zelfs nu zeggen veel ‘mensen niks als rotzooi’, maar ze schrijven ‘niets dan rommel’. Een bekend oud gezegde luidt: “Klanken vervliegen, maar letters blijven”. De eerbied voor teksten is dus erg begrijpelijk, net als het ontstaan van heilige teksten. Zelfs nu zie ik nog niet zo vlug een nieuwe sekte ontstaan die steunt op een Heilige Bandopname in plaats van op een Heilige Schrift. Nu hadden 16de-eeuwse Amsterdammers bij het schrijven zeker ook niet de bedoeling om hun dialect vast te leggen: een moderne notaris of stadhuisklerk heeft dat evenmin. Helemaal aan het eind van de eeuw wordt dat anders, en vooral in de 17de eeuw. Dat is voor de stad een stormachtige tijd.

    Parma en het ABN.
    In zekere zin hebben we het ABN (AN) aan onze aartsvijanden te danken: aan de Spanjaarden. Want als Parma in 1585 Antwerpen niet veroverd had voor z’n vorst en z’n paus, en als het IJzeren Gordijn van het Spaanse Katholicisme niet opnieuw om de stad gelegd was zouden duizenden energieke en vrijheidslievende Antwerpse zakenlui en intellectuelen niet naar het vrije noorden gevlucht zijn, met name naar Amsterdam. Daar waren ze onder taal-, cultuur- en godsdienstgenoten, en dus was de aanpassing weinig problematisch. In 1622 is het al zo ver dat eenderde van alle Amsterdammers Antwerps spreekt. Wat vonden de andere Amsterdammers daarvan? Dat is een wat ingewikkelde zaak.’ Al in de 16de eeuw hadden de meeste Hollanders een diepe minachting voor hun dialect. Mensen die het konden betalen stuurden zelfs hun dochters naar Brabantse kostscholen, o.a. naar Antwerpen. Ze moesten daar onder meer ‘de taal’ leren, dat wil zeggen: een beetje meer als thuis op de (Brabantse) létter leren spreken. Niet meer zeggen ‘weer ben je’ zoals in botte Hollands, maar ‘waar zijt gij’ zoals fatsoenlijke mensen schreven. Nu ontstaat er tijdelijk in Amsterdam drietaligheid: naast het oud-amsterdams en het platte Antwerps, gaan steeds meer mensen uit de hogere standen een mengtaal spreken van tekst, Antwerps en oud-amsterdams. En die taal is ons oudste ABN (AN). Vanuit een kleine kring van deftige mensen verspreidt die zich geleidelijk aan over minder deftige, net zo lang tot het oud-amsterdams verdwijnt. Natuurlijk heeft die drietaligheid van elke dag de Amsterdammers hevig geïntrigeerd: het is dan ook geen alledaags verschijnsel. En door een zeldzame gunst van het Noodlot was er juist aan het eind van de 16de eeuw een Amsterdamse volksjongen geboren met een zeldzame taalgevoeligheid en een grote letterkundige aanleg: Gerbrand Adriaanszoon Bredero oftewel Brero oftewel Brederode (op z’n allerplechtigst). Die schrijft in 1610 een klassiek toneelstuk “Rodd’rick ende Alphonsus” waarin we invloeden aantreffen van Lope de Vega. Eén daarvan is het gebruik van licht dialectisch gekleurde taal in een tussenspel van een knecht en een meid. Dialectisch Spaans vervangt Bredero door Amsterdams. Succes Dat is een revolutionaire nieuwigheid die bij het publiek blijkbaar aanslaat. Want een paar jaar later doet Bredero er in een paar kluchten een paar schepjes bovenop: die speel je toch maar voor het gajes en ze brengen geld in het laatje om de tekorten goed te maken die de opvoering van klassieke stukken veroorzaken; het was vroeger al niet veel anders als nu. De Klucht van de Koe en de Klucht van Sijmen zonder Soetichheyt maken niet alleen letterkundigen geestdriftig door hun knappe bouw en hun levendigheid, maar ook taalkundigen die er een overvloed van oud-Amsterdams in vinden: Bredero z’n moedertaal waarvan die de rijkdom laat zien in een stortvloed van woorden en bijna zonder complexen. Wat we verwacht hadden, blijkt duidelijk: Bredero z’n oud-Amsterdams is een doodgewoon Noord-Hollands dialect, d.w.z. het lijkt heel sterk op wat we op dit ogenblik daarvan nog over hebben. Zo schrijft Bredero vars vleis (vers vlees), i en, stien, bien (een, steen, been), hongd, tangd, mongd (hond, tand, mond), kinderen zijn bij hem keieren, een ander is ien aar. Vloeken en schelden zijn natuurlijk aan de orde van de dag: Wat leutert jou de kei (Ben je van Lotje getikt), gangs akkermenten is letterlijk ‘gods sakramenten’, en zo vindt iedereen wel een manier om het strenge vloekverbod te ontlopen. Grillen is Noordhollands voor ‘rillen’ en een feil is niet een fout, maar een bepaald soort dweil. Daarnaast gebruikt Bredero nog uitgestorven woorden als duske voor ‘zulke’ of me voor ‘men’. Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat het Afrikaans een stel van die uitgestorven Amsterdamse woorden bewaard heeft, soms naast de Zuidhollandse vorm. Zo kent het nog altijd vars vleis natuurlijk met een ƒ uitgesproken, net als in het platte Amsterdams), en gril is er bekend naast ril (‘rillen’). Dusketyd betekent ‘die tijd’ en van Amsterdamse woorden met een ie voor ee kent het nog zwiep ‘zweep’ net als trouwens het ABN , maar in de betekenis ‘lange, dunne slungel’. Het woordje me voor ‘men’ zoek je tevergeefs in Zuid-Afrika, maar … in het oude Amsterdams van rond 1900 dat bij Heijermans voorkomt, staat dat oude me nog een keer of drie. “Met twee woorden spreken” betekent in de oude Heidelbergse katechismus iets anders als tegenwoordig. In de 16de-eeuwse vertaling van de Westvlaming Datheen (geboren in Kassel in het tegenwoordige Frans-Vlaanderen) staat nergens ja of neen, maar netjes ‘ja ic’k of ‘neen wij’. Na die woorden kwam m.a.w. hetzelfde onderwerp als je gebruikt zou hebben in een volledig antwoord. Vraag 39 begint bv. met "Heeft het.. " Antwoord: "Ja ‘t’. Vraag 6 begint met: “Heeft dan God …” Antwoord: “Ja Hij”. Precies hetzelfde verschijnsel kwam ook in het oud-amsterdams voor: dat blijkt alweer uit de kluchten. Maar in het tegenwoordige Amsterdams vind je het evenmin als in het ABN. Toch bestond het in Amsterdam nog in de vorige eeuw: de letterkundige Alberdingk Thijm (de vader van de bekende Lodewijk van Deijssel) heeft er in een kleine enquête naar gevraagd en uit één van de antwoorden concludeert ie: “Neni of neen-i werd door de meeste inzenders niet gehoord; enkele namen deze uitdrukking waar bij oude lieden. Velen verklaarden, dat neen ik en wel neen ik frequent zijn.” Trouwens: ook op Tessel en Marken en in Volendam is het verschijnsel bekend, net als in het oude Gouds, het Katwijks en op de Zeeuwse eilanden. Maar overal sterft het uit. Geen wonder dus dat ze het waarschijnlijk in de 18de eeuw nodig vonden om dat rare ik, gij, ‘t enz. maar uit die katechismus te schrappen. Dat neemt niet weg dat Zuidafrikaanse bruidsparen mekaar zelfs nu nog niet het ja-woord geven, maar het ja-ik- woord, al begrijpen ze van dat ik natuurlijk niks meer. Almachtige schoolmeesters Waarschijnlijk is Multatuli z’n weergave van stukjes Amsterdams én van de schoolmeesterstaal (“Gij zijt een zoogdier”) erg betrouwbaar. Er blijkt precies uit wat we ook verwacht zouden hebben, namelijk dat schoolmeesters spraken als een boek, en dat hun leerlingen ook aanleerden. Zeg niet op z’n plat-Amsterdams ‘ezien en skool’, maar ‘gezien en school’. Zij hebben het aandeel van de tekst in de ABN-vorming heel groot gemaakt, en dat van het oud-Amsterdams en het platte Antwerps verkleind. Maar toch heeft de eenvoud van het dialect het op bepaalde punten gewonnen: de oude naamvals-n die ook het mannelijke woordgeslacht aangaf, is gelukkig verdwenen. Ook de oude conjunctieven bestaan niet meer: ‘men neme een halve eetlepel meel’ enz. Het oude klankverschil tussen de twee lange oo’s is in de spelling opgeheven: vroeger moest boomen met twee oo’s maar komen met één. Zo was het ook met steenen tegenover geven.

    Mengtalen.
    Dat het ABN een mengtaal is, verbaast geen taalkundige: alle talen zijn het. Maar we willen graag weten hoeveel percent van alle ingrediënten erin verwerkt zijn, en waarom. Met name willen we toch precies het belang kennen van dat oud-amsterdams. Op het ogenblik bestaat daarvan niet eens een spraakkunst en een woordenboek. Toch is er een hele rijke massa materiaal, want naar het voorbeeld van Bredero zijn heel veel anderen kluchten gaan schrijven met dialectische taal daarin: niet alleen P.C. Hooft met z’n prachtige Ware-nar maar ook de taalvirtuoos Huygens met z’n Trijntje Cornelis. De letterkundig mooie kluchten zijn allemaal uitgegeven, maar ook de onbenullige bevatten vaak belangrijk dialectmateriaal. Het zou voor de Nederlandse taalkunde erg belangrijk zijn als al die teksten (meer dan 450) in één groot corpus uitgegeven konden worden, en als er automatische woordindexen bij zouden komen, waarmee je binnen een paar minuten na kunt gaan, tot wanneer bepaalde oud-Amsterdamse woorden en vormen nog in de kluchten voorkomen.

    Door: P.C. Paardekooper verschenen in NRC-Handelsblad van 5 juli 1988.
    Dr. P.C. Paardekooper – enkele jaren geleden overleden – was hoogleraar taalkunde in Leuven. Het artikel is gevonden op Delpher, een zoeksite voor NL-dagbladen. Misschien is er hier en daar een foutje ontstaan bij de overzetting van foto naar tekst.

    Toegevoegd door LeGrognard op 05 feb 2018 21:07

    uitvijzerskot

    Alle medewerkers van het Vlaamse Woordenboek: alvast een gelukkig 2018 gewenst! Ik ga er definitief mee ophouden. Na zeven jaar en zo’n 3000 lemma’s vind ik het mooi geweest. Bedankt voor de opmerkingen en de hulp waarmee ik mijn invoersels kon aanpassen en verbeteren. Goede voortzetting!

    Toegevoegd door LeGrognard op 31 dec 2017 12:14

    uitvijzerskot

    Ik heb de omschrijving wat ruimer gemaakt.

    Toegevoegd door LeGrognard op 23 dec 2017 10:32

    taalfaciliteiten

    Faciliteiten afschaffen is geen eenvoudige procedure. Een wet uit 1963 bepaalt welke gemeente een faciliteitengemeente is. Die wet kan enkel worden aangepast als de regering vóór de verkiezingen van 2019 aangeeft dat ze de wet wil wijzigen. Bij een stemming moeten de twee taalgroepen in het federaal parlement elk apart akkoord gaan. In totaal moet twee derden van het parlement instemmen. Bron: VRTNWS

    Toegevoegd door LeGrognard op 19 dec 2017 13:01

    babbelaer

    De ‘ae’ staat voor de lange è-klank zoals in maître. In Limburg wordt dat meestal zo gedaan. In Brabant – begrijp ik – wordt die klank met ‘ei’ geschreven.
    In Noord-Nederland wordt de ae als aa uitgesproken (als in naam). Alle twee de spellingen zijn verouderd in het moderne Nederlands.

    Toegevoegd door LeGrognard op 18 dec 2017 18:41

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.