Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • de Bon

    Geregistreerd sinds 13 aug 2009

    Over mezelf

    van Antwerpen

    Recentste wijzigingen

    Bekijk alle (35675) wijzigingen van deze gebruiker.

    zicht
    (zn. o.; ~en)

    aanzicht, aanzien, gezicht, uitzicht

    Van Dale 2015 online: BE, niet algemeen

    vgl. zichtkaart

    Maar kijk eens hoe die muur nu geschilderd is, dat is toch geen zicht!

    Prins Laurent met een ballettutu, dat zou nogal een zicht zijn.

    Moest ge eens een andere broek aandoen, ’t zou al een ander zicht geven.

    Vanop het tiende verdiep hebt ge een prachtig zicht over de Schelde.

    Op het eerste zicht heeft dat weinig met elkaar te maken.

    Volgens Mijnheer Van Dale is het zeezicht enerzijds, maar strandgezicht en stadsgezicht anderzijds. Nu gij!

    Op het kerstkaartje stond een schoon winterzicht met bambi’s in de sneeuw.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 19 jul 2019 17:50
    0 reactie(s)

    voorschoot
    (de ~ (m.), ~en)

    Zowel in Vlaanderen als in Nederland is een voorschoot een schort die men voor de ‘schoot’ bindt, bv. in de keuken.
    In Vlaanderen is de voorschoot ook de naam van een kledingstuk, eventueel met korte of lange mouwen, dat heel het lichaam bedekt om de kleren te beschermen. Het wordt vooral gedragen door vrouwen.
    In Nederland wordt dit een ‘jasschort’ genoemd.

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    voorschoot: vrouwenschort: kleedingstuk dat de vrouw bij het werk draagt om haar kleeren tegen vuil te beschermen, bep. bestaande uit een stuk stof dat met banden om het middel wordt bevestigd en vandaar van voren over den rok neerhangt. In burgerdrachten van vroeger en in regionale drachten ook algemeen als onderdeel van de alledaagsche dracht beschouwd; schort; boezelaar. Nog een gangbare dialectterm in Vlaams-Brabant, Antwerpen, Noord-Brabant en Oost-Vlaanderen. In meerdere dialecten is de r aan den volgenden sch geassimileerd en ontmoet men vormen als vooschoot, veuschoot, vusschoot.
    In dialecten in het Zuiden is het mannelijke geslacht het gangbare.

    Antwerps: verschoet en verschoei (meerv. verschoeien)
    Kempen: veuschoot, veuschoet, veschoot; mv.: veuschoeës, veuschoeën, veuschoeien
    Limburg: scholk
    Lumbutgse Kempen: jassescholk

    zie ook voorschoot, een ~ groot

    Vroeger moesten meisjes op school altijd een geruiten voorschoot aan.

    Eenen blauwen oft witten lynen voorschoot, Geschiedenis van Antwerpen Brabant, 1300-1450 (uit een inventaris der 16de eeuw). (Middelnederlandsch Woordenboek)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 19 jul 2019 11:01
    9 reactie(s)

    voorschoot
    (de ~ (m.), ~en)

    Zowel in Vlaanderen als in Nederland is een voorschoot een schort die men voor de ‘schoot’ bindt, bv. in de keuken.
    In Vlaanderen is de voorschoot ook de naam van een kledingstuk, eventueel met korte of lange mouwen, dat heel het lichaam bedekt om de kleren te beschermen. Het wordt vooral gedragen door vrouwen.
    In Nederland wordt dit een ‘jasschort’ genoemd.

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    voorschoot: vrouwenschort: kleedingstuk dat de vrouw bij het werk draagt om haar kleeren tegen vuil te beschermen, bep. bestaande uit een stuk stof dat met banden om het middel wordt bevestigd en vandaar van voren over den rok neerhangt. In burgerdrachten van vroeger en in regionale drachten ook algemeen als onderdeel van de alledaagsche dracht beschouwd; schort; boezelaar. Nog een gangbare dialectterm in Vlaams-Brabant, Antwerpen, Noord-Brabant en Oost-Vlaanderen. In meerdere dialecten is de r aan den volgenden sch geassimileerd en ontmoet men vormen als vooschoot, veuschoot, vusschoot.
    In dialecten in het Zuiden is het mannelijke geslacht het gangbare.

    Antwerps: verschoet en verschoei (meerv. verschoeien)
    Kempen: veuschoot, veuschoet, veschoot; mv.: veuschoeës, veuschoeën, veuschoeien
    Limburg: scholk
    Lumbutgse Kempen: jassescholk

    zie ook voorschoot, een ~ groot

    Vroeger moesten meisjes op school altijd een geruiten voorschoot aan.

    Eenen blauwen oft witten lynen voorschoot, Geschiedenis van Antwerpen Brabant, 1300-1450 (uit een inventaris der 16de eeuw). (Middelnederlandsch Woordenboek)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 19 jul 2019 10:57
    9 reactie(s)

    voorschoot
    (de ~ (m.), ~en)

    Zowel in Vlaanderen als in Nederland is een voorschoot een schort die men voor de ‘schoot’ bindt, bv. in de keuken.
    In Vlaanderen is de voorschoot ook de naam van een kledingstuk, eventueel met korte of lange mouwen, dat heel het lichaam bedekt om de kleren te beschermen. Het wordt vooral gedragen door vrouwen.
    In Nederland wordt dit een ‘jasschort’ genoemd.

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    voorschoot: vrouwenschort: kleedingstuk dat de vrouw bij het werk draagt om haar kleeren tegen vuil te beschermen, bep. bestaande uit een stuk stof dat met banden om het middel wordt bevestigd en vandaar van voren over den rok neerhangt. In burgerdrachten van vroeger en in regionale drachten ook algemeen als onderdeel van de alledaagsche dracht beschouwd; schort; boezelaar. Nog een gangbare dialectterm in Vlaams-Brabant, Antwerpen, Noord-Brabant en Oost-Vlaanderen. In meerdere dialecten is de r aan den volgenden sch geassimileerd en ontmoet men vormen als vooschoot, veuschoot, vusschoot.
    In dialecten in het Zuiden is het mannelijke geslacht het gangbare.

    Antwerps: verschoet en verschoei (meerv. verschoeien)
    Kempen: veuschoot, veuschoet, veschoot; mv.: veuschoeës, veuschoeën, veuschoeien
    Limburg: scholk
    Lumbutgse Kempen: jassenscholk

    zie ook voorschoot, een ~ groot

    Vroeger moesten meisjes op school altijd een geruiten voorschoot aan.

    Eenen blauwen oft witten lynen voorschoot, Geschiedenis van Antwerpen Brabant, 1300-1450 (uit een inventaris der 16de eeuw). (Middelnederlandsch Woordenboek)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 19 jul 2019 10:55
    9 reactie(s)

    vinnig
    (bn.)

    vlug, levendig

    idem in Antwerpen

    Mijne hond was vroeger een vinneg baaseke.

    > andere betekenis van vinnig

    Regio Hageland
    Bewerking door de Bon op 18 jul 2019 13:48
    3 reactie(s)

    Recente reacties

    Bekijk alle (2462) reacties van deze gebruiker.

    die

    Ze staan op internet:
    https://www.dbnl.org/arch/ryck002fran01_01/pag/ryck002fran01_01.pdf.

    As de link niet werkt, googelen op
    “In de regel heeft men een systeem dat parallel”

    Voor het boek van M. Devos googelen op
    “Net zoals het AN beschikt het West-Vlaams over de betrekkelijke”

    Toegevoegd door de Bon op 19 jul 2019 22:40

    die

    Het systeem die/dat zou (niet meer) consequent worden toegepast door de taalzuivering.

    Hugo Ryckeboer, Frans-Vlaams (2004):

    “3 .4 .6 Betrekkelijk voornaamwoord
    In de regel heeft men een systeem dat parallel is aan het Franse qui /que-systeem, namelijk die als onderwerp en dat als voorwerp, zonder onderscheid van grammaticaal geslacht : ‘t Peerd die doo lopt -’t Paard dat/wat daar
    loopt . De man die mien dat ezeid et -De man die me dat gezegd heeft . ’t Peerd dan ’k ekocht en – Het paard dat ik gekocht heb . De man dan ’k egenekommen en – De man die ik ontmoet heb .
    Dat systeem ligt ook aan de basis van het algemeen West-Vlaamse gebruik. Waar dat gebruik in West-Vlaanderen nu blijkbaar in de war gestuurd wordt door de afwijkende beregeling in het Algemeen Nederlands, constateert men in Frans-Vlaanderen ook een sterke erosie van dat systeem .
    Die en dat worden zonder onderscheid van functie of grammaticaal geslacht vrij inconsequent door elkaar gebruikt. (Dat leidt er misschien ook toe dat het onderschikkend voegwoord dat vaak door die wordt vervangen .)”

    Toegevoegd door de Bon op 18 jul 2019 15:10

    die

    die, dat

    Volgens M. Devos ligt het gebruik van die/dat aan de functie van het woord in de bijzin:

    “Betrekkelijk voornaamwoord. Net zoals het AN beschikt het West-Vlaams over de betrekkelijke voornaamwoorden die en dat, maar de keuze tussen die twee wordt in het West-Vlaams niet zoals in het AN bepaald door het grammaticale geslacht van het woord waarnaar ze verwijzen, maar zoals in het Frans door de grammaticale functie van het voornaamwoord in de bijzin : voor het onderwerp gebruikt men die (Frans qui), voor het voorwerp dat (Frans que), bijvoorbeeld de man die daar loopt, het huis die verkocht is tgov. de man dat we gezien hebben, het huis dat we gekocht hebben .” Magda Devos, West-Vlaams blz. 83

    Toegevoegd door de Bon op 11 jul 2019 13:37

    stellen, het goed ~

    Ik heb de link met VRT hersteld. Met kleine letters is het simpeler: vrt.

    Toegevoegd door de Bon op 08 jul 2019 22:53

    serviette

    Geworden, onder invloed van de taalzuivering, want Joos (Waasch Idioticon) schreef uitdrukkelijk dat het vrouw. was:
    “servet, z. nw., vr. (niet o.).”

    Toegevoegd door de Bon op 27 jun 2019 14:51

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.