Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Omdat ik het Vlaams Woordenboek al enkele jaren niet meer kan onderhouden, wordt er gewerkt aan een nieuwe versie. Helpers zijn welkom in kanaal #vlaamswoordenboek op de Discord van Nerdland.

    Wijzigingen door petrik

    1 2 3 ... 246 | volgende pagina »

    nagelrank
    (de ~ (m.), -reng)

    1. verbastering van ‘nagelrand’, d.i. een verzwering van de vingernagels, fijt (panaritium necroticum)
    cf. WNT

    2. (mv.) nagelreng: nijdnagels

    Ich heb de nagelrank, mijn vingere doen me pijn.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 27 jun 2020 23:34
    0 reactie(s)

    trats
    (de ~ (v.), ~en)

    korte, zwarte nagel met platte kop, klompnagel, kopspijker

    vgl. taats

    Een plank met 2 tratskes (of 2 punaiskes) – gezegd van een meisje of vrouw met platte boezem

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 07 jun 2020 02:12
    0 reactie(s)

    buiktrats
    (de ~ (v.), ~en)

    hetzelfde als buiknagel, vnl. als men ‘zotten’ op 1 april om een fictieve boodschap wil sturen

    Haal mij eens een toetsje (=zakske) glazen buiktratskes in den ijzerenwinkel, gauw!

    Kus nu mijn buiktrats! Lek mijn buiktrats! (krijg nu wat)

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 07 jun 2020 02:01
    0 reactie(s)

    buiknagel
    (de ~ (m.), ~s)

    navel

    z. ook nagelenbuik

    Kinderkes, ge moet goed eten, dat uwe buiknagel op een hobbelke staat!

    Haal mij eens gauw een half pond koperen (of: glazen) buiknagelkes in den ijzerenwinkel! (grapje op 1 april)

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 07 jun 2020 01:53
    0 reactie(s)

    lomperik
    (de ~, ~ en, m znw)

    opstaande stenen aan weerszijden van een inritpoort die moesten verhinderen dat de wielen van de kar de muur beschadigden als iemand onhandig binnenreed; ze waren dus eerder een “bescherming tegen lomperiken”

    dit woord is ook bekend in Limburg, getuige de opname ervan in de woordenboeken van Diepenbeek (HK Diepenbeek), Kortessem (J. Oris) en het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (‘lomperiken’ werd in I-6 opgetekend voor Opheers, Zepperen, Velm, Borlo, dus omgeving Sint-Truiden, en voor Kermt)
    voorts: in Hasselt is dit woord (in enkelvoud) vaag bekend voor ‘voetschrapper’ (naast de voordeur v.e. huis)

    Toen Kobe den hullemboer binnenreed met zijn kar knotste hij zo hard met de dom van de kar tegen de loemperik dat het wiel scheef stond.

    > andere betekenis van lomperik

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door petrik op 25 mei 2020 15:56
    0 reactie(s)

    domsteen
    (de ~ (m.), -stenen)

    (eertijds) Elk van de (afgeronde) beschermingsstenen aan weerszijden van een inrijpoort waartegen de dom van een karren- of wagenwiel kon afschampen bij het binnenrijden.

    Het eerste lid verklaart wellicht het ontstaan van het synoniem lomperik.

    Lokale uitspraak: doemsteen (sleept.), mv. doemsteen (stoott.)

    Ge ziet nog dek van die doemsteen, gemeenlijk van blauwe steen, aan de poorten van oude herenhuizen.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 25 mei 2020 12:37
    0 reactie(s)

    domsteen
    (de ~ (m.), -stenen)

    (eertijds) Elk van de (afgeronde) beschermingsstenen aan weerszijden van een inrijpoort waartegen de dom van een karren- of wagenwiel kon afschampen bij het binnenrijden.

    Het woord dom- verklaart wellicht het ontstaan van het synoniem lomperik.

    Lokale uitspraak: doemsteen (sleept.), mv. doemsteen (stoott.)

    Ge ziet nog dek van die doemsteen, gemeenlijk van blauwe steen, aan de poorten van oude herenhuizen.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 25 mei 2020 12:36
    0 reactie(s)

    minnereren
    ((on)overg.ww.)

    minderen (bij het breien)

    v. ‘minderen’ met Franse werkwoorduitgang

    Ge kunt al minnereren door iedere keer twee steken samen te nemen.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 17 mei 2020 16:44
    0 reactie(s)

    meiske
    (znw. het ~, ~s)

    SN/NL: meisje

    uitspraakvarianten: meske/maske

    zie ook verzamellemma mensen

    Het schoonste meiske kan niet meer geven dan ze heeft (kan maar geven wat ze heeft). = aan alles zijn grenzen

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door petrik op 11 mei 2020 00:22
    0 reactie(s)

    kuikenfors
    (de ~ (v.), geen mv.)

    de kracht van een kuiken, geringe kracht

    z. muggefors

    Met alle kuikenfors (dialect: keikefors) die ik in mij had, probeerde ik den deksel van de geleipot open te draaien.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 02 mei 2020 00:13
    0 reactie(s)
    1 2 3 ... 246  |  volgende pagina »

    Developers gezocht!
    De code achter het Vlaams woordenboek heeft dringend een update nodig.
    Wil je deze website graag mee een nieuw leven geven? Ik zoek een team adoptieouders.
    Stuur me een e-mailtje als je wil helpen, merci!

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.