Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
lente, voorjaar, als al de plantjes uitkomen
Antwerpse Kempen: vruugtijd, uitkomen
Hageland: voortijd, de ~
Leiestreek: ’t uutkomn
Limburg: vroegjaar, opgang
West-Vlaanderen: ’t schieten van ’t blad, uitkomen
Tijdens den uitkoom is de natuur het schoonste.
Scheldwoord; dommerik, loser, sukkel
- Gij dool!
- Och trap het af jong! zie aftrappen
scheldwoord dat vrouwen aanduidt, steevast voorafgegaan door bijvoeglijke naamwoorden zoals “lomp”, “stom”…
zelden meervoud
uitspraak:“hujet”
Gij se loempe hujet, kunt ge niet zien wat ge doet? Nu is er van ons moeder haar servies niks meer over!
gerookte paardenfilet
zie ook billeke, peerdenank
uitspraak in de Antwerpse Kempen /pjèsvliejes/
ook: pjeirevlies
De meeste dokkers namen meestal een brood en paardsvlees mee om te schoven.
gerookt paardenvlees als bijval
zie ook paardsvlees, peerdenank
Voor mij 150 gram van dat billeke.
Zoet billeke of gezouten?
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.