Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
waakzaam, attent, uitspraakvariant van gewarig
In de Kempen ook gewaorig.
De geburen hebben nen hond, ne fox, die is geweldig geworeg.
zie ook geworeg
ENG: “wary” (idem)
WNT gewarig GEWARIG (II) bnw. Waakzaam. Vooral van honden. Gewest. in Vl.-Belgiƫ en Z.-Nederl.
< de stam “waren” die men terugvindt in bijv. bewaren
“Wanneer de labrador natuurlijk recht springt en op haar afkomt, kan het niet anders dan dat ze recht springt om te reageren (niet agressief maar gewarig).”
(w.dogsfriendly.be/mijnforum)
volgend, eerstkomend
zie ook: naarste, teneustejoar, neuste, noste
bij tijdsaanduidingen
Jef zit in ’t zesde studiejaar. Hij mag ’t naaste jare naar ’t middelbaar.
Te naaste week is ’t vakantie
neer, naar beneden
meestal in combinaties met overgankelijke en onovergankelijke werkwoorden:
in het overgangsgebied tussen Limburg en Brabant (Diest bijv.)
Hageland, ook wel in Haspengouw
zie ook kop, uwe ~ komen daal te leggen, daalgaan
Zet oech daal en drinkt iets.
(Zet u neer en drink iets.)
Legt oere boek daal, we gaan naar huis.
(Leg je boek neer, we gaan naar huis.)
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.