Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
een washandje
’s Morgens wassen wij ons gezicht met een nat beuzeke en wat zeep.
> andere betekenis van beuzeke
enkelgewricht
Hij stond tot aan zijn knoeselen in de modder.
> andere betekenis van knoesel
enkel
< knoes = kraakbeen;
knoesel: verkleinwoord van knoest (uitwas)
West-Vlaanderen: knoezel
Beatrijs had haar knoesel behoorlijk pijn gedaan door in het keldergat te schieten.
> andere betekenis van knoesel
stekelbes, kruisbes
zie kruisbes voor overzicht
In den hof staat ne struik vol met knoeselen.
De knoesele zen in ‘t sezoen, da’s altâ goed ete.
(De stekelbessen zijn in seizoen, da’s altijd smullen!)
Niks zo lekker als knoeselconfituur.
De knoesels waren zoet dees jaar.
> andere betekenis van knoesel
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.