Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
margriet
WNT, bij polken:
Samenst. Polkoog, 1°. Groot, min of meer uitpuilend oog (ook volgens Aant. van Gezelle).
2°. Bij vergelijking: naam voor de margriet (Chrysanthemum Leucanthemum L.)
Binnekeut ston de poleksblommen in bloei. Binnenkort bloeien de margrieten.
druivenplant, wijnstok
Van Dale 2016 online: BE spreektaal
ook in Nederland, maar veel minder dan in Vlaanderen:
google2016: .BE (>28.000) ; .NL (>12.000)
“In onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek uit 2013 werd ‘druivelaar’ herkend door:
22 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.” (nl.wiktionary.org/wiki/druivelaar)
zie ook perelaar, appelaar, pruimelaar, notelaar, kerselaar
In de winter wanneer de druivelaar in rust is snoeien wij houtachtige takken in. (tuinadvies.be)
Bartel Van Riet: ‘Een druivelaar kan best in onze tuin’ (nieuwsblad.be)
U kent hem wel: De Druivelaar, de ‘wereldberoemde’ scheurkalender in Vlaanderen. (continuga.be)
chaos, wirwar, alles door mekaar
geknoei
Van Dale 2014 online: gewestelijk
Alle documenten zitten door mekaar. Dat is niet verniet dat (verniet, het is niet ~ dat) ge niks kunt terugvinden. Ge hebt er nen hele hutsepot van gemaakt.
Het klassement gaat van A, B, C tot Z. Eenvoudiger kan niet. Hoe is het dan mogelijk dat gij er in een paar minuten een hutsepot van kunt maken?
Al een chance dat ge een proeflapke gemaakt hebt want ge hebt er een hutsepot van gemaakt. Het patroon klopt niet met het breipatroon op de tekening en ge hebt gaten in uwen brei.
> andere betekenis van hutsepot
iemand die niet deugt – een deugniet
De dochter van haar is een echte hutsepot, xtc slikken, met iedere vent naar bed gaan enz..
> andere betekenis van hutsepot
heel de nacht op zwier gaan, nachtbraken
< afgeleid van wallebak: persoon die aan de zwier is;
walen + bak; walen: aan de zwier gaan, bak: drinkbeker
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Wallebakken, aan den zwier zijn; fuiven, boemelen. Gewestelijk in Oost-Vlaanderen, Brabant en Antwerpen aangetroffen.
— De lotelingen hebben drij dagen aan e stuk gedronken en gewallebakt. Cornelissen-Vervliet (1903).
“Heel lang geleden, nog voor dat er kleur was op tv, kon deze kadee nog pinten, pinten pakken, avond na avond blijven plakken, met kameraden wallebakken, da konne wij.” (De Strangers)
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.