Definitie

Status:Onbekend

  • als vertegenwoordiger of werknemer in buitendienst werkzaam zijn, (handels)reiziger zijn

  • ook wel gezegd van iemand die zich prostitueert, tippelen, een baanhoer (in Antwerpen: boulevard, den ~ doen)

Voorbeelden
  • Hij verkoopt stofzuigers; hij doet de baan.
    Als commerciëel salesmedewerker op de binnendienst ondersteun je je collega die de baan doet. (sic - uit vacature-site)

  • De baan doen brengt mij een pak meer op dan gaan schoonmaken. Ge moet alleen zien dat ge de pooiers van uw lijf kunt houwen.

Toegevoegd door fred vedet - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025