Definitie

contaminatie van 'zeker van zijn' en 'gerust in zijn'?

Enkel in bepaalde situaties:
Zijt/weest daar/er maar gerust van.
Daar kunt/moogt ge gerust van zijn.

Maar bv. niet: Ik ben er niet gerust van. wel: Ik ben er niet gerust in.

Wanneer wel en wanneer niet?
Andere regio's?

Voorbeelden

Of de Jean op tijd zal zijn? Daar moogt ge gerust van zijn: de Jean is nooit te laat, zo lang als dat ik hem ken.

Zijt er maar gerust van: het wordt een spannend voetbalseizoen met zoveel titelkandidaten.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025