Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
- gereedschap, uitrusting, gerei, spullen
eetgerief; eet- en drinkgerief; drinkgerief; fietsgerief; huisgerief, kantoorgerief, kampeergerief, kappersgerief; kookgerief, keukengerief, knutselgerief, kuisgerief, naaigerief, rookgerief; scheergerief, schildersgerief, schoolgerief, schrijfgerief, slaapgerief, sportgerief, strandgerief; tekengerief, toiletgerief, tuingerief, turngerief, visgerief, zwemgerief,...
DS2015 geen standaardtaal
taaladvies.net: standaardtaal in België
zie ook goed gerief; schoon gerief; gerief, dat is een ~
- mannelijke geslachtsdelen
Van Dale online: gerief: (1376-1400 ‘genot, voordeel, winst’)
etymologie onzeker, wel te verbinden met Middelnederlands r?ve (mild, overvloedig)
BE benodigdheden: gerei
ook als tweede lid in samenstellingen als de volgende, waarin het eerste lid een handeling of een werkterrein noemt:
bakgerief, borduurgerief, bouwgerief, douchegerief, hengelgerief, kampeergerief, klimgerief, rookgerief, voetbalgerief, werkgerief, zitgerief
Voorbeelden
-
Ik zal mijn gerief pakken om uwen band te plakken.
Doet dat computergerief eens van de tafel af, we gaan eten. -
Politie vindt gerief voor plantage (Turnhout) - De Standaard
-
Zijn broek spant zodanig dat je duidelijk zijn gerief ziet zitten.
Goed gerief moet onder een afdak hangen.
Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 07 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025