zwik, lange ~

zn. m. mv.-ken
Definitie

Status:Onbekend

een lang mager iemand
een zwik is een dun twijgje; vandaar lange zwik

zie ook zwikzwak, lange zwikzwak

< oorsprong: (1573) ontleend aan Mhd zwic

Woordenboek der Nederlandsche Taal: [Gewestelijk], in Vlaams-België. Lange slungel (die bij het loopen zwikt). Staelens (1982)

Voorbeelden

Zo'n lange zwik hebben we nodig in onze basketbalploeg.

Toegevoegd door japper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025