Definitie

Status:Onbekend

e maandag, 'n dinsdag, e woensdag, 'n donderdag, e vrijdag, e zaterdag, e zondag

voor de weekdagen met een d wordt dit eventueel: en, een, 'n : en dinsdag, 'n donderdag, ...

In tegenstelling tot e voor het onbepaald lidwoord 'een', gaat het hier over 'de', 'deze'

Zijn er behalve de weekdagen nog andere toepassingen van 'e' voor het bepaald lidwoord?

buiten Antwerpen, zie de maandag, dinsdag, …

Voorbeelden

Hij gaat 'n donderdag naar het concert van Adamo. (de donderdag, deze/die donderdag, volgende donderdag)

E woensdag komen ze de stenen leveren. (De woensdag, volgende woensdag, ...)

Ik ben e vrijdag naar het shopping geweest. (de vrijdag, laatste vrijdag)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025