pleinvol

bijv. nw., geen vergrotende of overtreffende trap
Definitie

Status:Onbekend

helemaal vol, tjokvol, eivol

Het eerste lid komt van het Franse bijvoeglijk naamwoord "plein" en wordt ook op z'n Frans uitgesproken.

Voorbeelden

Met dat weer, de terrastjes zaten pleinvol.

Toegevoegd door Bert Cappelle - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025