eenzelvigheid

de ~, v geen meerv.
Definitie

Status:Onbekend

Eigenheid, (verouderd) identiteit, persoonsgelijkheid

Een van de betekenissen was: volkomene overeenstemming, identiteit (Woordenboek der Nederlandsche Taal).

Voorbeeld uit het Staatsblad der Verenigde Nederlanden:
Wet van den 5den Juni 1830.
"Wanneer een veroordeelde ontvlugt is en iemand mogt gevat zijn die voor den ontvlugten is gehouden, doch omtrent de eenzelvigheid van wiens persoon twijfel of onzekerheid is ontstaan; (...) zal worden overgegaan tot het onderzoek van de eenzelvigheid van dien persoon."

vgl. eenzelvigheidskaart

Voorbeelden

Overal waar identiteit besproken wordt, kan je dit vervangen door eenzelvigheid.

Dat Hollanders tot enkele jaren geleden zich verzet hebben om een eenzelvigheidskaart te moeten bijhebben?

Toegevoegd door Taalgaardenier - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025