bricoleren

ww., bricoleerde, gebricoleerd
Definitie

Status:Onbekend

  • knutselen, ineensteken, maken
  • ook pejoratief: knoeien

Van Dale 2014 online: gewestelijk

Typisch Vlaams: Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 2; Vlaamsheid: 4

zie ook kleuteren
vgl bricoleur

Voorbeelden

Wat zijt ge aan 't bricoleren? Hebt gij dat gebricoleerd? [Farm] gedaan, eindelijk staat die kast ineen.

Hij bricoleert geduldig zijn modelbouwvliegtuigje ineen.

Wie heeft dat gebricoleerd? Dat is gatlelijk, dat trekt nu eens totaal op niets.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025