Definitie

Status:Onbekend

verschil in gebruik van de voorzetsels in en op in VL en NL
Zie voorbeelden (aan te vullen):

Voorbeelden

VL: Hij zit op de trein. NL: Hij zit in de trein.
VL: Er staat in het station geen kaartjesautomaat. NL: Er staat op het station geen kaartautomaat
VL: Trouwen in het gemeentehuis. NL: Trouwen op het gemeentehuis.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025