Definitie

Status:Onbekend

teer

Woordenboek der Nederlandsche Taal : tar
znw. m., geen mv. Middelnederlands tar.
Bijvorm van Teer, in verschillende streken, als het niet-sassische deel van Geld., Brab. (in antwerps dialect taar) en Limb., gebruikelijk. Oudtijds schijnt hij nog meer verbreid te zijn geweest; bij Junius mag hij wellicht als frisisme worden beschouwd: verg. Fries tar(re).
Tarre. Junius: terre. Pix liquida, Kiliaan

zie ook taar, aan den ~ houden

Voorbeelden

"Ne muur met taar bestrijken" Cornelissen-Vervliet (1899)

"We hadden een grote emmer taar gekocht, geen idee hoeveel we nodig hadden ... gevolg de pot was leeg na 5 lagen" (uit een blog)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025