Definitie

Status:Onbekend

Een heel lang en mager persoon die een beetje zwikt (zwikken) als hij gaat.

zie ook zwik, lange ~, zwikzwak

Woordenboek der Nederlandsche Taal: [Gewestelijk], in Vlaams-België en Zeeland: Lang, mager mensch (die met knikkende knieën en zwikkende voeten loopt).
“Gij lange zwik-zwak!” Sieders (1869).

Voorbeelden

[zo'n] lange zwik zwak heb ik nog niet veel gezien. Hoe vindt die broeken die lang genoeg zijn?

Toegevoegd door dsa - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025