haven

haven, hief, gehaven sterk werkwoord
Definitie

Status:Onbekend

houden

Op heel wat plaatsen in Vlaanderen zegt men "haven" in plaats van "houden".
De uitspraak van de /a/ verschilt soms: in de Antwerpse Kempen is dat bijvoorbeeld /heiven/; het woord is typisch spreektaal

Er is ook een overeenkomst met het Engelse "to have" en het Duitse "haben" -hebben en houden zijn ook semantisch verwant -; het AN "handhaven" zou volgens de etymologen trouwens afgeleid zijn van het Hoogduitse "hanthaben", een leenvertaling van het Latijn "manu tenere"

MNW + WNT: haven: hebben:
De oorspronkelijke beteekenis van hebben is, ook blijkens ndl. ~have in handhave, hd. (hand; habe, handvat, greep, ongetwijfeld geweest: in of met de hand gevat houden, en als van zelf is daaruit het begrip ontstaan van bezitten.

Voorbeelden

"As ge nen echte maot zukt: haaft dan nen hond!"
(Als je een echte vriend zoekt, houd dan een hond!)

"Ze heift aon me ne gendarm." (aanhouden)
(Ze heeft een buitenechtelijke relatie met een rijkswachter.)

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025