Definitie

Status:Onbekend

pioen, pinksterroos

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Sinksenroos, benaming voor de pioen, geslacht Paeonia Tourn., in Zuid-Nederland (De Bo 1873).
Universiteitsbibliotheek Gent: De naam sinksenroos beslaat een groot deel van de provincie West-Vlaanderen en vormt een heel klein gebiedje in het Brabants-Limburgse overgangsgebied. Dat de naam vooral ingeburgerd is aan de kust is te wijten aan een bepaald gebruik dat men er tijdens „Sinksen? op nahield. Zo vermeldt een document uit 1840: “dat men te Nieuwpoort bloemblaadjes van de Schinksenroos door de gaten van de gewelven der kerken liet nedervallen over 't volk, ter gedachtenisse van de vurige tongen die op dien dag over de apostelen daalden” (Van Driessen 2000).

Afbeelding 1 zie hier
Afbeelding 2 zie hier

2011 05 07 Árpádt.-Hosszúh. 040
Wilde sinksenroos

ook in enkele Vlaams-Brabantse en Limburgse regio's

Voorbeelden

Juni is de maand waarin de sinksenrozen het mooist zijn.

Toegevoegd door hamamelis - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025