Definitie

Status:Onbekend

  • gaan
  • zijn, met de waarde van geweest

uitspraak: soms ook weest

hulpwerkwoord in de voltooide tijd, in com­bi­na­tie met een in­fi­ni­tief waarbij 'te' ver­van­gen wordt door ‘west’, met de waarde van geweest.
met of zonder het hulpwerkwoord 'hebben' of 'zijn'

zie ook weste

vergelijk: gaan gaan

NL: wezen

Voorbeelden

Ik ben west winkelen.

Zij zijn west wandelen in het bos.

Zij is haar dochter west bezoeken in het moederhuis. Zijt gij ook west kijken naar het boeleke?

West doktoren en hoe is het nu met u?

West pinten pakken zeker? Ik ruik het al van ver.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025