zeiker, zeik

de ~, ~s man. zelfst. nw.
Definitie

Status:Onbekend

tegenwringer, iemand die zeikert, onredelijk koppig is
zie zeikeren

vrouwelijk: zeik

Voorbeelden

Onze petere is een echte oude zeiker geworden die er altijd dwars gaat voorliggen.

Vrijt hij echt met Bea? Zo'n zeik! Daar gaat hij spijt van krijgen.

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025