kasseikapper

z. nw. de ~ (m.) ~s
Definitie

Status:Onbekend

steenkapper die gespecialiseerd is in het kappen (hakken) van kasseien

Voorbeelden

Dat wij net over een prachtig stukje wegenwerken aan het dokkeren waren, zal er wel niet vreemd aan zijn geweest. Wij vrezen dat de lokale kasseikappers niet tijdig zullen klaar geraken tegen de nakende verkiezingen. Bron: De Faluintjes

Ik kan nie goe klappen van de zemels, pardon de zenuwen. Daarom ben ik ook ne goeie kasseikapper hé. Ik ben rap, ik kap er meer dan honderdentien per dag. Meer dan eender welke kleine kapper in ons Steen. (Pat van Beirs - Zigeunergebroed)

Toegevoegd door koarebleumke - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 16 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025