Definitie

Status:Onbekend

Boek, in het Nederlands onzijdig

Oud Nederlandsch Woordenboek: Oudste attestatie: 901-1000: Zuid-Nederrijn
Vlaams MiddelNederlandsch Wooordenboek: Oudste attestatie: Limburg, 1240
Woordenboek der Nederlandsche Taal: znw. onz., voorheen ook m., gelijk in de Zuidnederlandsche volkstaal nog thans. Daar de Germanen hunne runen op takken van een vruchtdragenden boom krasten, heeft men vanouds dit woord in verband gebracht met Boek, beuk. Thans gist men dat er in het Germaansch oorspronkelijk een manlijk woord bôk, beuk heeft bestaan dat, onzijdig gebezigd, aanvankelijk: beukebast beteekende, daarna: plankje of stokje (van beukebast: boekstaaf) om op te schrijven, eindelijk: de daarin gekraste rune of letter. Het manlijk geslacht kan op eene dergelijke manier ontstaan zijn uit eene verkeerde opvatting van het onz. mv. die boec; verg. mhd. diu buoch onz. mv., met de bet.: boek.

vergelijk: boek, op den ~, op den boek vliegen, zijn boekje te buiten gaan

Voorbeelden

Edde gij diejen boek al geleze?

andere betekenis van boek

Toegevoegd door Diederik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025