eetfestijn

Zelfstandig naamwoord O., ~en
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

feestelijke maaltijd meestal als activiteit van een vereniging om bijvoorbeeld de clubkas te spijzen

opm.: In Nderland ook wel in gebruik, maar veel minder en gewoon eerder in een plechtige of formele betekenis

Voorbeelden

Elke week ontdekt de Nederlandse correspondent Annelies Bontjes een nieuw stuk van ons Belgenlandje. Deze keer trok ze naar Schorisse, naar... een eetfestijn. "Jullie hebben heel wat eetfestijnen in Vlaanderen", klinkt het verbaasd. (vrt.be)

Clubmedewerkers waren er voorbereidingen aan het treffen voor een jaarlijks eetfestijn. De steekvlam kwam uit een gasleiding toen een dampkap werd aangezet ... (demorgen.be)

Het is al tientallen jaren een traditie dat Chiro Tsjoef uit Heule-Watermolen in deze periode een eetfestijn organiseert. (standaard.be)

Zoals ieder jaar organiseren we een eetfestijn waar zowel leden als niet-leden welkom zijn om te genieten van een lekkere maaltijd. (samenferm.be)

Vier dagen lang staan muziek, folklore, eetfestijnen en ontmoetingsmomenten centraal, met activiteiten voor jong en oud. (aalst.be)

Bronnen & Referenties
WoordPeiler (woordfrequenties Belgisch-Nederlands versus Nederlands-Nederlands)

geverifieerd 2026

Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal: Gangbaarheid: 7; Vlaamsheid: 6

Toegevoegd door Georges Grootjans

Gepubliceerd op 29 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 28 Jan 2026