eeuweling

Zelfstandig naamwoord m., ~en
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

honderdjarige

Voorbeelden

Een man van 100 jaar uit Dworp is gisteravond geconfronteerd met een inbreker. De eeuweling werd door een geluid opgeschrikt uit zijn slaap (vrt.be)

Te midden van al die schoonheid geeft David Attenborough – bijna een eeuweling nu – de kijker een preekje over klimaatopwarming. (demorgen.be)

88 procent van die 100-jarigen zijn vrouwen. Omgerekend telt Japan zo'n 73 eeuwelingen per 100.000 inwoners. (standaard.be)

De eeuwelinge was haar hele leven actief als huishoudster. "Terwijl vader ging werken, werkte moeder thuis op het land" (standaard.be)

Eeuweling Cureghem Sportief in de bloemetjes gezet Wielerclub Cureghem Sportief is voor zijn honderdste verjaardag gehuldigd op het gemeentehuis. (bruzz.be)

Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal: Gangbaarheid: 5; Vlaamsheid: 5

Algemeen Nederlands Woordenboek

(vooral) in België

Toegevoegd door Georges Grootjans

Gepubliceerd op 30 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 29 Jan 2026