Definitie

Status:Onbekend

  1. hiel van de voet of kous
  2. van paarden: het achterste deel van den hoornwand van den hoef.

ook: verzen, verzenen, vessem, ves/vers, vas
Middelnederlands: versene.
Vgl. Duits: Ferse = hiel, hak
hoofdzakelijk in Brab/Antw (vessem) en Limb (vas)

Woordenboek der Nederlandsche Taal: bij verzen
Als lichaamsdeel van pers.: hak, hiel; soms ook specifieker: hakpees, hielpees.
Paarden: Gewest. in Brab. als ben. voor deelen van den paardenvoet zooals vetlok, koot of ter aanduiding van den hoef zelf.

Voorbeelden
  1. Sokken strikken is niet moeilijk, alleen de vars is wat ingewikkeld.

  2. Komt ook voor in een bakerversje: .. hophophop... 't paard scheet op zijn varsen....

andere betekenis van vars

Toegevoegd door suzanne - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 04 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025