Definitie

Status:Onbekend

aangezicht, meestal bedoeld op kin en onderste gedeelte van een gezicht (informeel)
syn.: smoel

Woordenboek der Nederlandsche Taal: znw. onz., mv. bakkesen; verkl. bakkesje.
Bakkes is verkort uit vnnl. bakhuis ‘gezicht, kinnebak’ met verdoffing van het tweede lid. Het eerste lid is Middelnederlands backe ‘wang, kaak', al Oudnederlands in de samenstelling kinnebak. Het tweede lid is huis in de betekenis ‘omhulsel, kap', zoals dat ook voorkomt in bijv. klokhuis

C.H.Ph. Meijer (1919),Woorden en uitdrukkingen:
Bakkes, ook bakhuis, in België: gezicht. Het eerste gedeelte is dezelfde stam, die in kinnebak, baktand voorkomt en kaak beteekent. Verondersteld wordt, dat het ontstaan is uit een meerv. bakkens, dat tot bakkes werd en dat later (reeds Kil. heeft alleen bakhuys) schijnbaar hersteld zal zijn tot dien gewaanden juisten vorm bakhuis

Van Dale online: bakkes zelfstandig naamwoord: het, mv. bak­ke­sen

Voorbeelden

Moet ik u eens een toek op uw bakkes verkopen?

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025