voorschoot

de ~ (m.), ~en
Definitie

Status:Onbekend

Zowel in Vlaanderen als in Nederland is een voorschoot een schort die men voor de 'schoot' bindt, bv. in de keuken.
In Vlaanderen is de voorschoot ook de naam van een kledingstuk, eventueel met korte of lange mouwen, dat heel het lichaam bedekt om de kleren te beschermen. Het wordt vooral gedragen door vrouwen.
In Nederland wordt dit een 'jasschort' genoemd.

vnw: schort, stofjas

[wnt]:
voorschoot: vrouwenschort: kleedingstuk dat de vrouw bij het werk draagt om haar kleeren tegen vuil te beschermen, bep. bestaande uit een stuk stof dat met banden om het middel wordt bevestigd en vandaar van voren over den rok neerhangt. In burgerdrachten van vroeger en in regionale drachten ook algemeen als onderdeel van de alledaagsche dracht beschouwd; schort; boezelaar. Nog een gangbare dialectterm in Vlaams-Brabant, Antwerpen, Noord-Brabant en Oost-Vlaanderen. In meerdere dialecten is de r aan den volgenden sch geassimileerd en ontmoet men vormen als vooschoot, veuschoot, vusschoot.
In dialecten in het Zuiden is het mannelijke geslacht het gangbare.

Antwerpse uitspraak: verschoet en verschoei (meerv. verschoeien)
Kempen: veuschoot, veuschoet, veschoot; mv.: veuschoeës, veuschoeën, veuschoeien
Limburg: scholk
Lumbutgse Kempen: jassescholk

zie ook voorschoot, een ~ groot; verzamellemma kledij

Voorbeelden

Vroeger moesten meisjes op school altijd een geruiten voorschoot aan.

Eenen blauwen oft witten lynen voorschoot, Geschiedenis van Antwerpen Brabant, 1300-1450 (uit een inventaris der 16de eeuw). (Middelnederlandsch Woordenboek)

Toegevoegd door Trezebees - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Oct 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025