sjikken

ww., sjikte, heeft gesjikt
Definitie

Status:Onbekend

langdurig kauwen (bv. op kauwgom, pruimtabak, een taai stuk vlees ...); (fig.) piekeren (over)

Voorbeelden

Toegegeven: biefsteak bv., vond ik als kind al vreselijk voedsel, ik zie mij nog sjikken op zo'n brok.
Je mag nooit blijven sjikken op verleden onrecht. [Gelijk] haal je onmiddellijk, of niet meer.
Men kan die mannen dan misschien ook eens leren werken in plaats van de hele dag op hun lui gat op die klodden te sjikken.

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025