Definitie

vertrouwen (>fr. confiance)

Voorbeelden

De korpschef sprak zich uit voor meer confiëntie met de burgemeester. (Radioverslag VRT)

Dat paterke heette Franciscus Van den Beginne. Nee beste lezer, het is geen schande als die naam je nu nog niets zegt. Heb maar confiëntie in mij. Op ‘t einde van ‘t kompleetsje zal je wel verstaan hoe dat komt. (Hoe Pierke aan zijn Potske kwam. gentblogt.be)

“De vrolijke mannen van ’t goed leven waren voor de kerk, maar hadden niet de minste confiëntie in de pastoor, want hij zal zich met alles bemoeien. (Jan Hautekiet-HVVLonderzeel)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025