economist

Zelfstandig naamwoord m., ~en
Definitie

econoom

Voorbeelden

Economist Tom Simonts: “Veel te vroeg om te zeggen dat inflatie over hoogtepunt heen is” (vrt.be)

Duitse economisten ruziën over de redding van de euro en vooral het project van een bankenunie.(demorgen.be)

De horecasector kreeg een btw-verlaging cadeau van de regering. Een slecht idee, zegt economist Gert Peersman (UGent). (standaard.be)

Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal: Gangbaarheid: 5; Vlaamsheid: 4

Team Taaladvies

Het woord econoom is veel gebruikelijker dan economist.

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 10 Jan 2026