flamigant

de ~, (m.), ~en, bn.
Definitie

Status:Onbekend

uitspraak- en spellingvariant van flamingant

Voorbeelden

Als zelfstandig naamwoord:

  • … ze om niet opgeeischt te worden, Flamigant en Deutschgezinde zijn geworden. (aalst.courant.nu)
  • Rond Antwerpen’s hoogen toren; Vlaamsch Leven (1917); Verlooy, de eerste flamigant; Jan Frans Willems; Beknopte geschiedenis der Vlaamse Beweging … (Wikipedia)
  • Op de derde rij bemerk ik den flamigant, wiens vrouw in pensionaat Fransch hem dagelijksch de les spelt. (2910essen.net)

Als bijvoeglijk naamwoord:

  • Omdat er in elke van die partijen wel eens een gefrusteerde , flamigante infiltrant aan de top kwam. (seniorennet.be)
  • Wereldkampioen Philippe Gilbert heeft vandaag iets moedig gedaan, hij heeft een waarheid over vlaams-nationalisten gezegd en dat zal hem veel terugslagen brengen. In al gerichte krant « Humo » heeft hij over de Vlaamse vlaggen van de [Ronde Van Vlaanderen] (in werkelijkheid zijn ze geen [vlaams]e maar wel flamigante, zonder rood) en (vooral) de n-va aangevallen. (belgium4ever.wordpress.com)

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 01 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025