Definitie

datgene wat men zegt, gepraat; (ook) praatjes, onzin; woorden, ruzie

Voorbeelden

Mèt iemed on (de) kal koëme. (met iemand een praatje slaan)

De hébs gemèèkelek kal mèt dèè. (met die raak je makkelijk aan de praat)

Zèk mêr niks triëver, de hébs bèèter geene kal mèt de geboêre. (Zeg er maar niets over, je hebt beter geen ruzie met de buren)

Wo ne kal! (wat een onzin, dat is praat voor de vaak)

'n Kaar kal woëg nog geene kilau (lett. een kar vol praatjes weegt nog geen kilo; praatjes vullen geen gaatjes)

Och, lot de kal mêr daud! (lett. laat de praat maar dood, maak er maar geen woorden (meer) aan vuil, maak geen slapende honden wakker)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 04 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025