Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
weten waar:
Ook weten in de betekenis 'weten waar' is verplicht groepsvormend (...). Ook hier treedt een vervangende infinitief op in plaats van een voltooid deelwoord (...)
In deze betekenis wordt weten gecombineerd met een lijdend voorwerp en een van de infinitieven liggen, zitten, hangen (onovergankelijk), staan of wonen. (...)
(4a) De bibliothecaris zal toch Van Dale wel weten te staan?
Met name in Belgisch Nederlands wordt in dergelijke gevallen vaak een infinitief zonder te gebruikt, bijv.
(4b) De bibliothecaris zal toch Van Dale wel weten staan?
Weten wordt dan gebruikt zoals de waarnemingswerkwoorden zien etc. Regionaal wordt ook zijn ('zich bevinden') op die manier met weten gecombineerd in de verbinding iets of iemand (niet) weten zijn (in de standaardtaal: (niet) weten waar iets of iemand is/zich bevindt/ligt enz.).
bron: http://ans.ruhosting.nl/e-ans/18/05/04/12/02/body.html
vgl ook: zijn, het weten ~
opm: Ik denk dat in NL die constructie met te + inf. ook vaak vermeden wordt.
Voorbeelden
Weet gij mijn sleutels liggen?
(Weet jij mijn sleutels te liggen? Weet jij waar mijn sleutels liggen?)
Weet gij de Jean zitten?
(Weet jij waar Jean is/uithangt?)
Volgt mij maar, ik weet het zijn.
(Volg mij maar, ik weet waar het is.)
Ik weet hem wonen, dat is schuin over de Colruyt.
(Ik weet waar hij woont,...)
https://taalkoeien.wordpress.com/2007/06/13/weet-jij-hem-te-wonen/
Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025