knôës

zn. mv. knôëzen
Definitie

Status:Onbekend

klokhuis

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij knoes
znw. Daarnaast knoos (met zachte en scherpe o: Cornelissen-Vervliet)
Middelnederlands cnoes. Wellicht verwant met Knoest. Alleen gewestelijk nog bekend.

  1. Knoest, knobbel ( Tuerlinckx; Cornelissen-Vervliet)
  2. Afgeknaagde appel of peer, klokhuis (Corn.-Vervl).

zie ook knos, appelkits

Apple stark v

Voorbeelden

Smijt die knôês maar in het bos, d'as geen vervuiling!

Toegevoegd door japper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Oct 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025