zwijn, het ~ uithangen uitdr.
er een zwijneboel van maken, uiterst onbeschoft zijn
NL: er een beestenboel van maken
Limburg: zwijnebende
prov. Antwerpen: het varken uithangen
er een zwijneboel van maken, uiterst onbeschoft zijn
NL: er een beestenboel van maken
Limburg: zwijnebende
prov. Antwerpen: het varken uithangen
Het evenwicht verliezen, duizelig of dronken zijn.
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal mogelijks gelieerd aan ‘zwijn’, wegens associatie met dronkenschap.
gelukje op het juiste moment = ook piet hebben
meestal gebruikt in sport - spel - kansspelen
zie ook varkens maken
Verkleinwoord van zwijn
Zie ook zwientje
Stoffer, handborstel