zwijntje het ~, ~s
Pissebed
hefboom om water te putten, met aan de ene kant een heizeling met een puthaak voor de emmer en aan de andere...
dynamisch: zwaai, zwenk, draai, buiging
statisch: boog, bocht, knik
Woordenboek der Nederlandsche Taal: zwik > zwikken: niet in het Middelnederlands.
nog gewestelijk:...
grote zwier, schone schijn ophouden
WNT: [Gewestelijk], in Vl.-België: Uiterlijk vertoon met veel pracht en praal om indruk te maken, om deftig...
een lang mager iemand
een zwik is een dun twijgje; vandaar lange zwik
zie ook zwikzwak, lange zwikzwak
< oorsprong: (1573) ontleend...