zwingel de ~, (m.), ~s
-
zwengel, hefboom
-
gebogen houten balk tussen paard en koets
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
(Gewestelijk in Vlaams-België) Houten, soms lichtgebogen, horizontale...
zwengel, hefboom
gebogen houten balk tussen paard en koets
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
(Gewestelijk in Vlaams-België) Houten, soms lichtgebogen, horizontale...
aan het lijntje houden
in den draai houden
een lang mager persoon, zowel man als vrouw
zie ook: zwik, lange ~
Woordenboek der Nederlandsche Taal: [Gewestelijk], in Vlaams-België. In de...
(eertijds) draaimolen op de kermis met aan kettingen hangende zitjes, zweefmolen
z. ook zwiermolen
kortvleugelen, de zwingen van een vogel inkorten zodat hij niet kan wegvliegen.