Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
- indrinken, voordrinken
- zowel jongeren als volwassenen die thuis al aan de alcohol beginnen alvorens naar een stapje in de uitgaanswereld te zetten
zie ook pre-drinken, preboozen
VILLAGE GANTOISE, waar Buffalo’s zondag ‘inpilsen’ (nieuwsblad.be)
Eerst glas of zes en dan kan fuif beginnen
HELFT 12- TOT 15-JARIGEN DOET AAN ‘INPILSEN’ (hln.be)
Het inpilsen kan een aanvang nemen! (proximusgoformusic.be)
Indrinken of inpilsen. Een bak bier kopen om samen op kot op te drinken is gezellig en het kost minder. (standaard.be)
Een groep jongeren die samenkomt bij iemand thuis waar men op voorhand alcoholische dranken consumeert om in de stemming te geraken voor het uitgaan.
syn.: indrinken, voordrinken
zie ook boozen, buizen, boes, pre-drinken
> jongerentaal
Bij mijn dochter thuis komt de groep meestal bijeen. Ze preboozen eerst met cava en whiskey alvorens ze naar een festival, naar een discotheek of gewoon op café gaan.
Pre-drinken is de verzamelnaam voor het consumeren van alcohol, meestal bij iemand thuis, voordat men naar een andere uitgaansgelegenheid gaat. Deze activiteit komt vaak voor bij jong volwassenen. Het wordt geassocieerd met een verhoogde intoxicatie alsook met alcohol gerelateerde problemen. De verhoogde intoxicatie is het gevolg van het feit dat de jongeren hun alcoholgebruik op het evenement niet minderen, maar een vergelijkbare hoeveelheid drinken als de personen die niet pre-drinken. (drugspunt.be)
zie ook: preboozen
“Jongeren die al op voorhand drinken, pre-drinken genaamd, zijn vaak al onder invloed wanneer ze op het evenement aankomen.Pre-drinken maakt deel uit van de jongerencultuur, dit bleek uit de enquête die werd afgenomen bij 1634 14-25-jarigen uit Vlaanderen, waar de grote meerderheid aangaf dit gedrag al te hebben gesteld.” (bachelorproef criminologie van T. Dedeurwaerder)
kleine veldmuis
< ook jèèrdol, van jèèr (aarde) + dol
Woordenboek der Nederlandsche Taal: dol
znw. m. Misschien samenhangend met ‘dol’, bnw. (de beet van eene spitsmuis werd vroeger als giftig beschouwd).
In Z.-Ndl. benaming voor de verschillende soorten van spitsmuizen (gesl. Sorex).
Samenst. Aarddol, te St. Truiden als benaming voor de spitsmuis en ook wel voor de mol.
zie ook de etymologie van tolp
Nu het begint te vriezen proberen de ijerdollekes binnen te komen.
spitsmuis
< vergelijk het woord tolp, dat waarschijnlijk dezelfde oorsprong heeft
Woordenboek der Nederlandsche Taal: In Zuid-Nederland benaming voor de verschillende soorten van spitsmuizen (geslacht Sorex).
< Aarddol, te St. Truiden als benaming voor de spitsmuis en ook wel voor de mol.
Van Dale 1995: gewestelijk
zie ook dolleke, eijerdolleke
De kat kwam met een kadootje af: een levensloze dol.
> zie andere betekenis van dol
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.