Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
grap, mop
< FR farce: klucht, belachelijk schouwspel, poets
Wie kent nog een goei fars?
spoor, rail
Ik ben uitgeschoven op de “relsen” van den tram.
Met de fiets is het steeds goed uitkijken als je nipt naast de “relsen” van den tram moet rijden.
De gordijnen zijn gewassen en gestreken, nu ze nog met de glijders aan de relskes hangen en ze kunnen er weer voor een tijdje tegen.
kijken met een meer dan gewone interesse, gluren, observeren.
Hij had’et in’t snuitje maar ja,hij lag al iel den tijd te sjoeren.
(Hij had het al gezien, maar ja, hij lag al heel de tijd uit te kijken.)
roze
uitspraak /roos/
in tegenstelling tot het AN wordt dit bijvoeglijk naamwoord verbogen:
mannelijk: “Ik heb ne roze mantel.”
vrouwelijk: " Er staat een roze bloem in de roze vaas."
onzijdig en verkleinwoorden: “Hij moest een roos pilleke nemen.”
meervoud: “Ik zie niet graag roze kleren.”
het roos: roze kleur
Hij had de kamer behangen met roos papier.
Den hele suite was in ’t roos.
- weerga
- iets of iemand dat bijna hetzelfde is als het aangeduide
- valabele tegenpartij of evenknie
< het MNL “wedergade”
Ik heb me zojuist een nieuwe jas gekocht, zowat de weegaarde van die van jou.
Het botert daar niet bij dat koppel; tenslotte is ze niet met haar weegaarde getrouwd. Dat meisje is van goed volk, en veel te wel om met die sjarel te trouwen. Het is haar weegaarde niet.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.