Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
huilen
Omdat ie nie ip z’n spelletje mocht spelen begost ie te tjanken.
bij jullie
zie ook: tulders
Antw.: ba-j olle
De barbeque was vorig jaar tjulders. Dit jaar zal het bij ons plaats vinden.
(Antw.) Dem BBQ was veureg joar ba-j olle. Dees joar komde ba-j ongs.
een katholiek, bij uitbreiding een christen-democraat
Afkomstig van het Franse calotte. Een (even pejoratief) synoniem is tjeef.
< kalot: (1677) <Fr. calotte
(vaak verkleinv.) mutsje dat r.-k. bisschoppen, vroeger ook priesters, op de kruin dragen
(vandaar, gewestelijk, verouderd) spotnaam voor klerikaal
(in ’t mv.) de partij der klerikalen (Van Dale 2005)
De kaloten hebben de verkiezingen gewonnen.
À bas la calotte!
Hij die ’t licht niet kan verdragen der Geen Taalse zon,
hij weze een kaloot of een bekrompen franskiljon.
(achtervoegsel dat tegenwoordig deelwoord v.e. werkwoord aangeeft) al -end
Grinsenterre goenk ze thérres (al wenend ging zij naar huis)
Stonnenterre èète (staande eten)
Fleetenterre begoster on de lèste stravel te graove (al fluitend begon hij te graven aan het laatste perceel)
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.