Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
hoofddoek, sjaal voor vrouwen. Ook grote doek die vrouwen vroeger gepunt op de rug droegen. (niet religieus)
WNT: Modern lemma: plag
— PLAGGE —, znw. vr., mv. plaggen. Middelnederlands plagge.
–I) Lap, doek. In verschillende toepassingen.
3. Doek, omslagdoek, dekkleed. Thans nog hier en daar (b.v. in Limburg) voor: hoofd- of halsdoek en derg. in gebruik
het is koud buiten, doe u maar ne plag aan als ge weggaat.
om iets gaan
West + Oost-Vlaanderen denk ik
Gaade nu achter boeken gaan?
ineenzetten, monteren
op een morgen zegt madam Bourgeois:
“ventze, ’k goa vandeveurnoene noar de Weba achter (achter iets gaan) ’n nieve klierkasse, ’t stoa iene in ’t blaatse, azu van de diee
daa ge zelve moet tuupesteke”
“Ventje,ik ga deze voormiddag naar de Weba achter een nieuw kleerkast, het staat in het blaadje, zo een die ge in elkaar moet steken.”
gevonden op http://blog.seniorennet.be/1001_dialect
toegetakeld, (modern eufemisme voor) gekloot
vgl. sjarel, gejost zijn
De akses van die bank zijn gekelderd, wie daar nu nog mee zit, is ferm gesjareld.
Onze gebuur is met zijne fiets in de gracht gesukkeld. Ge moet hem zien, hij is lelijk gesjareld.
of buitenbonjouren
buitenzetten
Hij was zijn bezoek meer dan beu; hij heeft hem dan ook buitengebonjoerd.
Omdat hij zijn eigen altijd oversliep (overslapen, zich ~) hebben ze hem buitengebonjourd./
Omdat hij zich steeds versliep hebben ze hem eruit gebonjourd.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.